Country life

Country life. Het klinkt zo romantisch, naar geruite tafelkleden, boerenbrood en het knappen van een houtvuur. Naar coffee table magazines voor stijlvolle mensen, de cover vol met rozen. Maar country life is grauwer. En hard, zeker in de winter.

Nog niet zo lang geleden was ik op een boerenverjaardag. Alle ingrediënten voor een plattelandsidylle waren aanwezig: de lange bochtige tocht over het zandpad, de hoge bergen vol olijfbomen, zelfs een paar kleine watervallen. We gingen op de geur af van het vuur, want het was een barbecue. En ja, daar was het huisje, wit en schattig en daar stond ook heus een lange tafel filmisch opgesteld.
Maar het eten bestond uit bloedworst en enorme speklappen. Aardappelsalade dik van de goorste mayonaise. Literflessen goedkoop bier. Dat is wat boeren eten! Bovendien viel ik enorm uit de toon in mijn gebloemde jurkje. Niemand, ook de jarige niet, droeg iets anders dan: dikke trui, oude broek, stevige schoenen. Kleuren: grijszwart, grijsbruin, grijsgblauw. Als je goed keek waren de meeste vrouwen (niet de mannen) best jong en best knap. Maar niemand had mascara op of ook maar iets van sieraden. Veel vrouwen moesten nodig hun haar weer eens verven. Of bijknippen. En toen we later naar binnen gingen was het onaangenaam koud op de stenen vloer en was dat haardvuur niet zozeer gezellig, maar bittere noodzaak. Want centrale verwarming heeft niemand.

Zwerfkatten

Voor de dieren is het plattelandsleven het zwaarst. Honden en katten slapen altijd buiten en eten geen echt dierenvoer, maar de restjes en de botjes. Het inenten van je huisdier, het ontwormen of ontvlooien – dat zijn allemaal luxedingen die horen bij de stad. Dus zijn bijna alle honden en katten te mager. En ze gaan veel vroeger dood dan de troeteldieren in Nederland. Hoe vaak ik hier al niet een dier dood langs de weg heb zien liggen. Of op de weg, nog erger.
We proberen een beetje het verschil te maken. Zwerfhonden brengen we naar opvangcentrales die worden gerund door lieve Engelse dames. De honden die daar komen worden vaak geadopteerd door Duitsers of Nederlanders. Zwerfkatten krijgen bij ons te eten en ze mogen slapen bij de warme pittenoven. Heel soms nemen we er wel eens eentje mee naar de dierenarts, zoals het blinde rode poesje, waar onze meiden extra dol op waren geworden. ‘Koter’ was klein, verfomfaaid en onrustig, maar al meerdere keren van de dood gered. Hij kreeg soms dure kattenblikjes te eten en meerdere keren per week wasten de meiden liefdevol zijn oogjes die altijd ontstoken waren.

Poezengraf

En nu is Koter dood. Ik vind zijn kleine lijkje naast de pittenoven en heb de afschuwelijke taak om de meiden in te lichten als ze thuiskomen uit school. Chaia gilt het uit van ellende en Dunya zal zelfs in haar slaap nog doorhuilen.  Die middag sta ik met een enorme schep de stenige berggrond om te ploegen. Weer een poezengraf, het derde in een jaar. ‘Zo gaat dat hier,’  zegt de Engelse paarden-Liz, die een stukje verderop woont met haar paarden, honden, katten, ganzen en biggen. Zij heeft deze maand al een poes en een hond verloren. ‘Er komen steeds dieren bij, maar op een of andere manier verdwijnen ze ook weer,’  zucht ze. ‘Dat is nou eenmaal country life.’

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (2)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*