Zo’n dag

Ik hoor mezelf best vaak zeuren dat ik nergens thuis ben, ook niet in Spanje. Of over al het gedoe dat hoort bij moeder zijn. Maar vandaag was anders.

Mijn sportieve familie ging skiën in de Sierra Nevada, maar Chaia kon niet mee met haar pols in het gips. Dus om haar te troosten (en mezelf even van de berg af te schoppen) gingen we samen een dagje naar Granada. Daar was het natuurlijk ook uitverkoop en Chaia en ik hebben allebei totaal geen moeite met van paskamer naar paskamer rennen. Sowieso lijkt zij van de drie misschien wel het meest op mij. Dat Spaanse temperament waar ik soms zo op mopper, bijvoorbeeld. ‘Jij was anders ook ineens heel kattig,’  roept ze dan, of: ‘Je schreeuwde zelf minstens zo hard.’ Verder is ze het minst knuffelig van de drie. ‘Raak me niet aan!’  is echt zo’n Chaia-opmerking. Dan ben ik beteuterd, maar als ik erover nadenk: ik deed niet heel veel anders tegen mijn eigen moeder.
Maar Chaia is ook de grootste lezer. Je kunt haar gangen nagaan aan het spoor van boeken dat ze achterlaat. Af en toe moeten we haar bed echt leeghalen omdat er geen plek meer over is voor haar kussen. En ze is grappig, origineel, sprankelend en soms enorm lief. En vandaag in Granada was ze dat allemaal. Het was ook zulk mooi weer! Iedereen die deze vakantie naar Spanje wilde komen en het toch niet deed, moet dubbel spijt hebben want het is de zachtste, zomerste winter sinds tijden.

Pleintje

Daar zaten we, met onze uitverkooptasjes, op een schattig pleintje in de zon onder (we hebben ze geteld) vijfendertig palmbomen. Met zijn koloniale gebouwen in felle, afgebladderde verf doet Granada soms aan Havana denken en vandaag was zo’n dag.  We aten salade en ik voel me altijd zo rijk als ik lunch met salade op een terras. Dat komt nog uit de tijd dat ik een arm, hongerig studentje in Parijs was en door de Hallen liep met mijn baguette onder de arm, starend naar de Franse elite met hun tinkelende wijnglazen.
Maar dit was niet Parijs, het was heel erg Spanje. Want aan ons trok een stoet van muzikanten voorbij. Leuke Granada-hippies met lange haren tot hun middel (niet eens in een staart) die oude Spaanse ballades zongen. Gevaarlijke zigeuners die hun gitaar bijna op hun schouders hielden zo hoog. En natuurlijk zwetende flamenco-danseressen.
Het was zo’n dat dag dat iedereen ‘guapa’ tegen je zegt. Zo’n dag dat je precies het tafeltje hebt gekozen dat het langst in de zon blijft. Dat je een prachtige ketting vindt voor maar twee euro en een echt flamencotruitje. Maar ook dat al die dingen niet eens hoeven. Want ik zat daar zomaar heel gelukkig, met mijn middelste meisje op een pleintje in Granada.

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (5)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*