Onze lieve Elly Grey

En toen zat ik bij de dierenarts met de poes op schoot, heel zachtjes tegen dat wezenloze koppie te praten. Die spuit was zo groot en het spul erin zo griezelig oranje. En ik wou nooit meer een poes of wat voor beest dan ook waar je per ongeluk van gaat houden. En ik wou ook dat ik mijn eigen moeder nog kon inschakelen voor dit soort roktlussen.

Ach, die lieve Elly Grey. Ze was nog maar twee jaar oud, geboren precies op de dag dat we ons Spaanse huis betrokken. Zo’n schattig klein Spaans katje: schoon en lief en zacht en zindelijk. De enige kat die in ons huis mocht wonen. In onze bedden mocht slapen. Bij Bloem lag ze vaak naast haar op het kussen, altijd innig tegen elkaar aan. Toen we haar net hadden en ze nog in het kommetje van mijn hand paste, zag ik Bloem ook vaak uren alleen maar naar Elly zitten kijken. Ze was echt weg van haar. Net als al onze gasten (zelfs die paar die allergisch voor katten waren). Elly was de kleine koningin van alle katten die wonen op onze patio. Ze was zachtaardig en schoon – maar ze kon wel geweldig muizen vangen. Uren bracht ze door voor het fornuis, wachtend, glurend, totdat ze zo’n muis eindelijk te pakken had. En die bracht ze dan trots naar ons. Een ideale kat.

Poppenwagen

Elly werd veel te vroeg krols en ik moet haar nog steeds vergeving vragen voor dat ik haar toen toch naar buiten heb laten gaan. Meer dood dan levend kwam ze dagen later terug (die rottige rode kater ook altijd!) en sliep drie dagen aan een stuk door. Daarna was ze schijnzwanger. Ze vond een wollen pluis en die sjouwde ze nog tijden rond alsof het een echte poezenbaby was.
Maar Elly hield vooral heel veel van Bloem, Chaia en Dunya. Als ze op school waren, liep ze vaak uren zoekend door het huis. Eenmaal thuis stopte Dunya haar in haar poppenwagen, gebruikte Bloem haar als kruik, en sjouwde Chaia haar naar boven in haar stapelbed, en Elly vond alles goed.
Helaas was Elly altijd ook een beetje zwak. En toen had ze ineens hersenvliesontsteking. Een veel te groot woord voor zo’n klein katje.
We probeerden alles. Medicijnen, prikken, zelfs een week opname bij de dierenkliniek. Niks hielp. Als een schim van zichzelf, een oud besje, sleepte Elly zich de laatste tijd door het huis. Af en toe was ze nog even helder. Dan zat ze zachtjes te spinnen bij een kind op schoot, ging moeizaam buiten in het zonnetje zitten of kneedde met haar pootjes heel zacht een oud schapenvachtje waarvan wij dachten dat het haar aan haar moeder herinnerde.

Grafje

Wanneer is het genoeg, wanneer is lijden teveel? Elly was te stilletjes en te beleefd om het zelf aan te geven. Ook de dierenarts durfde de beslissende woorden niet uit te spreken en de meiden moesten er teveel van huilen. Dus moest ik de knoop doorhakken – wat een van de naarste, moeilijkste keuzes was die ik ooit heb gemaakt en een ongepland bij-effect van het moederschap. Net als dat ik het was die de laatste rit met haar maakte. Maar toen ik thuiskwam stond mijn Spaanse vriendin Toni daar al een graf te graven in de stenige grond. Dat was extra bijzonder want Spanjaarden van de campo snappen eigenlijk niks van huiskatten en waarom je daar zoveel moeite voor zou doen. Dus dat zegt wel wat over Elly.
Ze heeft nu een grafje in de zon, naast de schommel. Zodat ze nog steeds het vrolijke gelach van ‘haar‘ meisjes kan horen.
Onze lieve Elly Grey.

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (4)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*