Kerstverhaal

Ik zoek een afschuwelijk kerstverhaal. Stond in een boek dat ik al heel lang kwijt ben. Wie weet welk verhaal ik bedoel?
(lees verder)

Het kerstverhaal was dus een boek, ik herinner me vaag ook wat jaren zeventig plaatjes. Maar geen titel en geen schrijver, dus dat maakt het moeilijk. Ik krijg er een Jaap ter Haargevoel bij, maar dat zegt verder niks want dat krijg ik wel vaker.
In ieder geval, ik vond het misschien wel het naarste kerstverhaal ooit. Dat was zeker niet de bedoeling van de schrijver. Die wilde iets met naastenliefde, denk ik, maar mij maakte het diep ongelukkig. Waarom ik het dan toch steeds herlas, is misschien ook wel de reden waarom ik het nu terug wil vinden: soms wil je erge dingen even vastpakken, er van alle kanten goed naar kijken – om het vervolgens snel weg te gooien. En wie weet, misschien vind ik het intussen wel een schitterend verhaal, dat zou ook nog kunnen.
In ieder geval, hier komt het. Ik heb het boek, dat moge duidelijk zijn, niet bij de hand om te verifieren, dus laten we het een zeer vrije interpretatie noemen van

Het sneue kerstverhaal

De school is afgelopen, de kinderen hebben kerstliedjes gezongen en de meester gelukkig kerstfeest gewenst en de jongen – laten we hem Jaap noemen- haast zich naar huis door de knisperende sneeuw. Hij verheugt zich: kerstmis, kerstvakantie! En thuis, weet hij, lonkt de bijzondere kersttafel die zijn moeder elk jaar maakt. Daarop prachtig kerstsnoep, kerstkransjes, flonkerende kaarsen, cadeautjes voor zijn mooie rapport. Een boek!
Maar eenmaal thuis wacht hem een onaangename verrassing. Ja, de kersttafel is er, mooi als altijd, maar er is ook een verre buurman op bezoek. De man is raar en wild, misschien heeft hij wel een onverzorgde baard en het kan zomaar dat hij een kunstenaar is. Jaap is blij als hij weggaat, maar dan blijkt: de man heeft hem en zijn zusje uitgenodigd om bij hem kerstavond te vieren. Jaap piekert er niet over, natuurlijk niet, hij is net in zijn fijne kersthuis en zijn nieuwe boek roept.
Maar zijn ouders zeggen dat hij toch moet gaan. De buurman is vreselijk eenzaam, hij heeft niemand om kerstmis mee te vieren. Jaap kan nog zo vaak thuis zijn bij zijn ouders, nu moet hij, als Roodkapje, met een mandje lekkers door de sneeuw op weg, naar de zielige man.
Hoe ellendig is het om zijn fijn verlichte huis te verlaten, op kerstavond nog wel! En hoe groot is het contrast met het huis van de zielige man waar geen kerstboom, geen kaarsen en zelfs geen kerstbrood te vinden zijn.
Het wordt een karige kerstavond met knakworstjes eten van plastic bordjes. Jaap moet zich heel wat keren verbijten. Ze doen alles anders dan thuis! Geen kerstliedjes, geen gedekte tafel, geen kindeke Jezus. Misschien spelen ze wel een potje pesten met een fles cola erbij, veel kerstiger wordt het niet.
En toch (nu komt de ongelooflijke moraal van het verhaal, voor de kleine Anna dan die dit huiverend zat te lezen), als Jaap in het holst van de nacht wordt opgehaald door zijn ouders die hem -onder het gebeier van kerkklokken- terugbrengen naar zijn eigen fijne huisje, dan is hij toch in een milde, zachte stemming. Het was een rare kerstavond, maar wat voelt hij zich gelukkig; en dan is kerstmis pas echt begonnen.

Vrolijk kerstmis allemaal – waar je het ook viert!

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (3)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*