Assepoesters dagboek

Met mijn dochters naar het kinderboekenbal. Dresscode: superheld. Hier een verslagje voor wie, net als ik, niet was uitgenodigd (en ook nog eens geen pompoen ter beschikking had).  

De vrouw van de kinderboekwinkel zag het al helemaal voor zich. ‘Dan doe je een leuk oogmaskertje op en een kleine cape.’ Een seconde serieus over nagedacht, maar nee. ‘Zou er echt iemand van die schrijvers dat doen?’ vragen we ons vantevoren af. En warempel. We spotten een heuse supermummie (gewikkeld in doeken) en een Sheherazade (ook gewikkeld in doeken, maar dan anders). De winnaar van de griffel loopt rond met dode kippen en rozijnen aan zijn riem. ‘Dat is Daantje de wereldkampioen,’ weet Chaia meteen. Want die kippen ‘zijn natuurlijk fazanten.’ Ik staar haar vol bewondering aan (helemaal kwijt, dat boek. Heb ik het eigenlijk ooit wel gelezen?) Onze eigen Dunya heeft haar Pippi-jurkje uit de verkleedkist gehaald en wordt, tot jaloezie van haar zussen, meteen een ster. Vooral als we binnenkomen, zwermen de fotografen op haar af. ‘Ha gelukkig, daar is er eentje!’

Ranzig

Dan begint het programma. Wat kan ik daar over zeggen zonder de kans op ooit nog eens een echte uitnodiging voorgoed te verspillen?
Het duurt lang, het is niet voor kinderen, en –gek genoeg- ook niet voor volwassenen. Wel zien we verrassend ranzig toneel waarbij een decadente koning een vieze koningin aanrandt onder het zingen van Engelse liedjes die onsynchroon worden boventiteld. Naast mij beginnen de keurige uitgevers ongemakkelijk op hun stoel te draaien, de kinderen zijn vooral erg verbaasd. Dan komt er iets acrobaatachtigs dat er (vrij funest) niet moeilijk uitziet. En een strijkje dat heldenmuziek speelt van tv-series die zo oud zijn dat zelfs ik ze niet ken. Maar goed, we zijn erbij en dat is al heel wat. En we zien hoe een enorm blije  Simon van der Geest de gouden griffel wint. Met de gouden kalveren nog in mijn achterhoofd, verheug ik me op zijn dankwoord, maar de uitreiking is zo ingewikkeld georganiseerd met een filmpje en zogenaamde aliens op het dak en heel veel mensen op het toneel dat juist dat dankwoord er bij inschiet.

Verdwalen 

Later staan we samengedromd in de ongezellige wandelgangen van het muziekgebouw (waarom is dit bal toch ooit vertrokken uit de schouwburg?) waar iemand ook nog eens zeldzaam stomme countrymuziek op heeft gezet. Dat wordt een bal zonder dansen.
Ineens staat de griffelwinnaar naast me. ‘Wat had je als dankwoord willen zeggen?’ vraag ik.
‘Durf te verdwalen,’ zegt Simon meteen. ‘Als ik zou winnen, wilde ik dat zeggen over mijn boek. Juist in tijden van starheid en rechtlijnigheid: durf te verdwalen.’
En de klok slaat twaalf.

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (1)

  • Nancy Wiltink

    Durf te verdwalen. Hoe prachtig.
    Vrijdagavond was ik in verhalencafé Mezrab. Waar verhalen over verdwalen ineens een onderwerp werden.
    Over een legerjeep die in 45 verdwaalde en per ongeluk een dorp bevrijdde. En over het ontstaan van de stad Amsterdam. Zonder bootje met daarin een verdwaalde Fries en een Utrechter, zou de stad er niet eens zijn. Hoezo echte Amsterdammers? De eerste Amsterdammers waren al immigranten.
    Verdwaalde immigranten, wel te verstaan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*