Iets zouts in mijn mond

Het is nog heel vroeg en heerlijk stil. Ik sta sereen in de keuken sinaasappels te persen. Dan hoor ik tik-tik-tik. Mijn moeder, in pyjama, komt zwaar leunend op haar wandelstok om de hoek.
Ik haal diep adem. ‘Goeiemorgen moesje, lekker geslapen?’
‘Nee.’
(lees verder)

Hendrik Haan

Ik pers nog maar wat door, denkend aan het kopje slaapthee van de avond ervoor, mijn moeders lekker verschoonde bedje, de versgewassen pyjama en het schaaltje dropjes naast het bed (‘ik moet altijd iets zouts in mijn mond hebben als ik lig’).
‘Ik schrok ergens van wakker, misschien was het een poes,’  zegt mijn moeder, kattig omdat ik niet meteen reageer.
‘Nee, dat kan niet, er waren geen poezen binnen.’
‘Jawel. Hij sprong bovenop mijn hoofd. Je hebt vast een raam open laten staan.’
‘Op je hoofd??? Dat al zeker niet. En er stond geen raam open.’
‘Wel. Of anders heeft die poes de deur opengemaakt. Het deed echt heel veel pijn, ik was flink gewond. Ik schrok me rot natuurlijk en kon meteen niet meer slapen.’
Ik schenk zwijgend een glas sap in.
‘En door al dat vechten met al die poezen is mijn dekbed uit de hoes gekomen. Kijk, daar ligt het: op de patio. En zo gek, al die dropjes zijn er ook van gesmolten, middenin mijn bed.’

Lachen

‘Ooit schrijf je het op en dan wordt het een boek.’  Zeggen vriendinnen, zegt zelfs Ilco vanuit Nederland. Daar wordt hij geinterviewd in het Hilton Hotel, in de ‘peace room’  van John Lennon. Was ik maar daar – waar de idealen en de ruimte reusachtig zijn. Hier, in heet Spanje, bepaalt het getik van mijn moeders stok het tempo en doen we een piepkleine vredesdans op de vierkante centimeter. En nee, dat wordt geen boek. Ik zie overal een verhaal in, maar de belangrijkste voorwaarde ontbreekt: dat je er zelf om kunt lachen, hoe erg het ook is (juist dan!). Was het een tijdje geleden nog hilarisch, toen ik in een hevige woordenwisseling met Ilco mijn verweer begon met een verhit ‘Ja maar pap…‘  nu krimp ik om iets vergelijkbaars in elkaar. Want dit zeg ik even later wanneer ik mijn moeder streng toespreek over haar vieze gewoonte om oude restjes eten in haar tas te proppen: ‘Als je genoeg gegeten hebt en het is nog niet op, is dat prima. Dan zeg je gewoon: mam, ik heb genoeg…’

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (5)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*