De lekkerheid van het leven

Terwijl ik dit schrijf lopen een heleboel stoere collega’s mee aan de Mars der Beschaving. Morgen zal ik ze fris omhelzen op het Malieveld, want ik snap ze maar al te goed.  Al vind ik beschaving een beetje een moeilijk woord (mars trouwens ook), het gaat om de lekkerheid van het leven die in het geding is.

Lekkerheid als in:

–          een film die nog dagen door je hoofd spookt;
–          de zoete geur van een boekwinkel (beter nog dan de geur van een kleine baby);
–          het leeglezen van de buurtbibliotheek – en dan vooral de verboden planken;
–          raargebouwde huizen en gebouwen;
–          een tv-serie waar je samen voor thuisblijft;
–          huilen in theaters (met een mooie jurk aan en zittend op een zachte stoel);
–          je in het zweet dansen bij geweldige muziek (en dat de zanger van de band dan naar je lacht);
–          de verpletterende eerste keer dat je Squares van Hans van Manen ziet dansen, dat je Wie is er bang voor Virginia Woolf ziet spelen, dat je een reusachtig koor Bach hoort zingen, dat je De aardappeleters ziet in het echt;
–          kunstwerken waar je op kunt klimmen (zoveel leuker dan een klimrek).
En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Armoedig

Na een jaar reizen door Afrika, miste ik precies al deze dingen. Verder had ik er zo kunnen blijven: de zon, de ruimte, de mensen, de natuur, de dieren. Maar toen we in Mali een fraaie zandmoskee zagen, begon ik tot mijn eigen verbazing te huilen: eindelijk weer eens een gebouw dat met smaak was gebouwd, in plaats van alleen maar voor de functionaliteit. Toen wist ik dat ik terug moest naar Europa. En naar Nederland, want ook in Spanje is het er te weinig. Bij ons in de campo, maar ook in Madrid. Zelfs daar zijn, los van de flamencovoorstellingen, de theaters fletser en (bijvoorbeeld) de boeken saaier dan in Nederland.  
En dan kom ik in hier en gaat mijn hart open – altijd weer. Ik ga naar een mooie oude bioscoop, naar iets fijns in de schouwburg, vertrek altijd weer met een koffer vol boeken. Het vooruitzicht dat al dat lekkere zomaar en zonder enige noodzaak als overbodig wordt weggezet, is zo verschrikkelijk armoedig!

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (1)

  • Snap precies wat je bedoelt. Toen wij in Djenné aankwamen en uit zo’n houtje touwtje bus stapten, zagen we de grote moddermoskee en zei Jan: ‘Ik kan hier wel een week zitten en alleen maar kijken.’ Uiteindelijk zijn we er 4 dagen gebleven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*