Naaktslakken, slijmsporen, kots

Aan de grote tafel op de patio eten we verse patatjes in de warme namiddagzon. Het enige dat je hoort zijn tsjilpende vogeltjes en een koekoek verderop in de olijfbomen. Om ons heen spelen de wilde katjes. De rozen bloeien wulps, naast Ilco’s Afrikaanse planten met hun oranje puntbloemen die op papegaaien lijken. Er wappert een wit wasje.
Dit zijn dus van die teksten die ik niet zo vaak hier opschrijf omdat andermans idylle zelden boeiend is (toch, Ilco?). Ook niet voor jezelf; ik kan soms letterlijk misselijk worden van teveel romantiek.
Maar gelukkig hebben we Dunya.

Dunya, die geen seconde aan tafel kan blijven zitten en om ons heen rent, bloot als altijd, met een verrekijker om haar nek. ‘Kom nou even eten.’  ‘Geen honger!’  (het is niet dat ze niet eet, het is alleen dat ze nooit eet als het etenstijd is). Die op dingen klimt waar ze beter niet op kan klimmen, haar zoveelste wond valt, naar binnen stormt om haar nieuwe drumstel nog even uit te proberen en dan ineens weer vijf minuten doodstil zit omdat ze perse, met haar verrekijker, een kotsende poes van heel dichtbij moet bestuderen.
‘Ik ga over je schrijven hoor, Dunya.’
‘Als je dat waagt,’  zegt ze dreigend, om het een seconde later alweer totaal onbelangrijk te vinden. Want daar is een naaktslak en ze wil timen hoe snel hij gaat. Om hem op te jagen zet ze een paar wilde poezen naast hem neer. Er zijn er alweer twee zwanger, zie ik zonder het echt te willen zien, hoe dat toch verder moet…

Doorgeknipt

‘Je wil gewoon dat de poezen die slak gaan opeten,’  zegt Chaia, de dierenvriend, die haar zusje erg goed kent. ‘Nee hoor,’  liegt Dunya glashard.
Ilco is nu ook afgeleid van de patat en zegt: ‘Heb je die slak nou doorgeknipt? Hoe komt ie zo gehavend ineens?’
Chaia springt ook van tafel. ‘Als je dat hebt gedaan speel ik nooit meer met je, dan ONTZUS ik je.’
Ik bezie dit alles nog steeds vanaf een loom soort afstand. Vanuit mijn ooghoek zie ik hoe de overgebleven katten de berg groene kots (hoezo groen? denk ik vaag geintrigeerd) van hun poezenoom beginnen op te smikkelen. Bloem, die het ook ziet, schuift haar bord opzij en gaat op de bank liggen zonnebaden.
En dan is die naaktslak toch ineens verdwenen.
Chaia gaat er gillend van woede op haar fiets vandoor, maar Dunya beweert dat de slak gewoon is gevlucht. ‘Ik hoef alleen zijn slijmspoor maar te volgen met mijn verrekijker.’  Ze kruipt nu over de patio, duikt onder de rozen, stoot tegen de paal van de waslijn. Een paar frisgewassen handdoeken vallen in de zwarte aarde.
Ergens blaft een hond.

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (4)

  • heerlijk verhaal dit, dunya de naaktslak….

  • Getver!
    Maar ook: veel leuker om te lezen (behalve groene kots dan, dat is vies) dan wapperende witte handdoeken en de rozenstruik…
    Dikke kus aan iedereen

  • Een doodgewone namiddag dus in Villa Africa… 😉

  • Mooi verhaal zeg. Mooie laatste zin. En dat bedoel ik niet gevat of zo omdat mijn beste vriend toevallig een hond is. Ik vind het echt mooi.
    Mooie woorden heb ik ook nog, eigenlijk als reactie op een ander stuk, mag dat ook nog hier? Dit zijn ze: non-descript, stoicijns (met puntjes die ik niet kan vinden)sereen en voltooiing (vooral door hoe dat woord eruiziet met die twee “i”s.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*