Dorpsstraat, ons dorp

Waar gebeuren de leuke dingen en ben ik daar wel bij? Van dit soort gedachten had ik de laatste tijd weer veel last. Dan gaat het schrijven langzaam, en dan is de hemel boven de berg zo grijs van de regen, dan komt er geitenpoep aan mijn mooie laarzen en stinkt de afvoer – en dan droom ik van stadse dingen zoals bioscopen, restaurants en klerenwinkels. En van Caraibische kleuren.

Kennersblik

Maar vandaag overheerst de Spaanse lente. Zon, blauwe lucht en zwaluwen. En zelfs de Spaanse mannen zien er ineens prettig uit (dit schrijf ik voor Chaia – die was boos op me vanwege mijn vorige blog: ‘Mam, je bent erg racistisch.’ ).
Ik loop door Montefrio en ik denk JA. Het is hier zo heerlijk overzichtelijk. 1 groenteboer, 1 visboer (en je weet nooit welke vis er zal liggen). De straatjes zijn niet overdreven pittoresk maar wel echt buitenlands. En het voelt stoer dat ik van dit gekke dorp al zoveel geheimen ken, zoals dat je bij de kaasfabriek stiekem moet vragen om rauwmelkse geitenkaas, die ze dan met een kennersblik van onder de toonbank tevoorschijn halen (want ook in Spanje is rauwmelkse kaas verboden). Dat de man die rondrijdt met de oranje gasflessen de nieuwe burgemeesterskandidaat is. Dat de dorpsgek (die natuurlijk weer langs de weg loopt) Rufino heet. En dat het bijna weer San Marco is en dat je dan bij je buren moet gaan eten

Olijvenzee

Nee, de kleuren van Montefrio zijn niet fel, zelfs niet in dit harde lentelicht. De huisjes zijn wit, maar niet zo schitterend als ze dat aan de kust zijn. Overal overheerst die bruinrode aarde en natuurlijk olijfgroen, de hele weg vanaf onze berg voert door een olijvenzee.
Maar in het dorp ruikt het nu overal naar gefrituurrd eten en in de bomen hangen sinaasappels.

Categorieën: verhalen van de berg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*