Zwarte zwaan

Ik zit op de trein te wachten in een of ander plattelandsstationnetje in Brabant. Zonnetje, speeltuin, een dikke baby in een kinderwagen. En overal spelen en fietsen diezelfde kinderen die ik al de hele dag workshops heb gegeven. Wit, slim en lief – zo zou je ze kunnen omschrijven. En ineens vliegt het me aan. Die bruine solide huizen, die kale bomen in de zon, dat keurig opgeruimde station. Dat veilige.

Incheckpaal

Is het beroepsdeformatie: een beetje teveel geschreven over rotdingen en daar nu onwillekeurig nog steeds naar op zoek? Of reisdeformatie: altijd maar weer dat verlangen naar dat wat nog niet ontdekt en ingevuld is?

In ieder geval heeft het vast te maken met de film Black Swan die ik gisteren zag. Een lief balletmeisje verliest zich in haar rol (of in zichzelf) en gaat tot het uiterste om 'de duistere kant' te vinden. Een delirische softhorror film die maakt dat je nooit meer normaal naar de muziek van Het zwanenmeer kunt luisteren en die nog steeds op mijn netvlies brandt. Een groter contrast met de comfort zone van vandaag kan bijna niet.

En misschien hebben de evangelisten toch gelijk en schuilt er een duivel in mij. Want terwijl ik me de hele dag heb gedragen als de vrolijke en aardige schrijver die ik heus ook wel ben, komt er nu een haast onstuitbaar verlangen in mij op om iets kapot te maken. Dat rijtje degelijke fietsen (fietstassen, lampjes, pompjes) dat te netjes in de stalling staat. Die lelijke roze incheckpaal. Of dat er iets gebeurt met muziek: heel hard en heel veel. Een soort flasmob die niemand anders snapt. Ik begrijp zelfs wat mijn lieve moeder een tijdje geleden tot hilariteit van de omstanders zei: ' Soms heb ik zo'n zin om zomaar iemand van de roltrap af te duwen.'  

Ik zit op de trein te wachten in een of ander plattelandsstationnetje in Brabant. Zonnetje, speeltuin, een dikke baby in een kinderwagen. En overal spelen en fietsen diezelfde kinderen die ik al de hele dag workshops heb gegeven. Wit, slim en lief – zo zou je ze kunnen omschrijven. En ineens vliegt het me aan. Die bruine solide huizen, die kale bomen in de zon, dat keurig opgeruimde station. Dat veilige.

Genoeg!

Het wordt, kortom, tijd om naar Spanje terug te gaan. Naar Montefrio met zijn bronstige zigeuners in de straten en de dorpsgek die zo stinkt van dichtbij. Waar de scholen helemaal niet mooi en zacht zijn maar eruit zien als opgepimpte bunkers met lelijke schoolboeken op lelijke formica tafels. Maar waar mijn verhalen wachten en mijn vier grootste liefjes die gelukkig altijd het beste in mij naar boven halen.

Categorieën: verhalen van de berg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*