De laatste zin

Kijk, dit is mijn nieuwe boek! Het ligt nu bij de drukker en ik snap eigenlijk niet waarom het nog ruim twee maanden duurt voordat het de wereld in gaat. Het liefst zou ik nu naar de persen willen rennen en het als warme broodjes overal uitdelen. Lees mij, lees mij!

Jeugdthriller

‘Wil jij een jeugdthriller schrijven?’ vroeg mijn redacteur Anne-Marie.
‘Nee,’ zei ik, ik had andere plannen.
Anne-Marie belde mij op, helemaal in Spanje. ‘Wil jij alsjeblieft een jeugdthriller schrijven?’ vroeg ze.
‘Goed dan,’ zei ik uiteindelijk, ‘ik zal erover nadenken.’
Om me vervolgens halsoverkop te verliezen in een verhaal dat ik toch al wilde vertellen maar dat ineens de vorm kreeg van een jeugdthriller. Een gruwelijk verhaal, waardoor de hele vorige zomer bloedrood en pikzwart kleurde. Voor wie weet hoe ik woon: in de meest idyllische omgeving schreef ik de hardste woorden – en was behoorlijk gelukkig.

Kijk, dit is mijn nieuwe boek! Het ligt nu bij de drukker en ik snap eigenlijk niet waarom het nog ruim twee maanden duurt voordat het de wereld in gaat. Het liefst zou ik nu naar de persen willen rennen en het als warme broodjes overal uitdelen. Lees mij, lees mij!

Einde

Toen het eenmaal af was, bleek er iets raars met het einde te zijn. Alle proeflezende volwassenen waren geschokt, maar alle kinderen die ik het liet lezen helemaal niet. Dat moest niet!
Het kostte me nog vrij veel tijd om uit te vinden waar het in zat, het had iets te maken met de actualiteit van wat ik wilde zeggen, maar uiteindelijk (met dank aan mijn oude lerares Nederlands die ik maar aan haar hoofd bleef zeuren of ze nog een keer en nog een keer en nog een keer wilde meelezen) onderging niet alleen het einde maar daardoor het hele verhaal een enorme metamorfose.
Toen was het klaar, dacht ik.
‘Geweldig. Alleen de laatste alinea klopt niet,’ zei Anne-Marie. En als zij zoiets zegt, is het eigenlijk altijd waar. Deze keer had het met perspectief te maken. Ik nam het laatste hoofdstuk onder handen, terwijl het boek eigenlijk al bij de drukker lag, en schreef er drie alinea’s bij. Klaar!
Zaterdag mailde Anne-Marie: ‘Misschien nog sterker als je de allerlaatste zin weg laat.’ Ondertussen was de deadline echt lang gepasseerd en het boek officieel niet meer in onze handen.
Er volgde een weekend van koortsachtig nadenken. Want ook al heeft Anne-Marie vaak gelijk, er was toch nog iets raars. Zat het ‘m nou echt in die laatste zin?
Zondagochtend viel het kwartje. Niet de laatste zin, maar de laatste drie zinnen moesten weg. Dan viel alles op zijn plek. Ik mailde druk met Anne-Marie die inmiddels in een trein zat op weg naar een begrafenis. ‘Zo moet ie. Ik ga het nú doorzetten.’
Nou ja, ik wil maar zeggen: beter dan dit kan ik het niet.
En nu is het aan jullie. Zet in je agenda: 22 april: Vossenjacht!

Categorieën: verhalen van de berg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*