Hoe het nog even helemaal mis ging in 2010

31 december 1 uur ’s middags, Montefrio. Het lijkt Amsterdam wel zo druk. Omdat de winkels zo dichtgaan en dat een paar dagen blijven, is iedereen nu zijn boodschappen aan het doen. Bij de ene groenteboer die Montefrio heeft staat de rij tot ver naar buiten. Nog nooit meegemaakt. En wat kopen de mensen? Vooral heel veel druiven. Want dat is de traditie: bij elke slag van de klok van 12 uur prop je een druif in je mond. Er zijn zelfs zakjes met precies twaalf druiven te koop, ontpitte druiven, geschilde druiven… ‘Met wie doe jij de druiven vanavond?’ is dan ook de meest gestelde vraag vandaag.
Gezellig, denk ik eerst nog ontspannen. Maar dat hou ik niet lang vol.

Zigeunervrouwen

In alle winkels werken kinderen en opa’s en oma’s mee. Tegen de tijd dat ik bij de viswinkel ben is alle vis op en zijn er alleen nog maar een paar griezelige puntslakken te koop. De twee visvrouwen hangen halfdood tegen elkaar aan.
Maar het ergst zijn geloof ik de onderbroekenwinkels. Hoezo leuk een rode onderbroek kopen? Vechten om de laatste slipjes! Zigeunervrouwen dringen schreeuwend voor, smijten hun geld neer en grissen de laatste exemplaren weg. Rode mannenonderbroeken? Op. Kinderboxers (voor Chaia die niks anders draagt)? Op terwijl ik erbij sta. Ondertussen maakt Dunya schaamteloos misbruik van de gelegenheid om van alles op de toonbank te leggen wat ze ‘echt nodig’ heeft zoals vrolijk gekleurde inlegzooltjes. ‘Oké dan,’ snauw ik, te uitgeput om daar ook nog ruzie over te maken. ‘Handschoentjes? Ja, dat is wél een goed idee. Nee die zijn voor baby’s. Neehee, niet die zonder vingers, zoek iets anders, snel!’ Want zometeen is het siesta en dan valt alles stil en we hebben ook nog geen cava gekocht. Als we uiteindelijk de dorpsstraat uitrijden ben ik Amsterdams gestresst en chagrijnig. Achter me wordt keihard getoeterd en ik denk boos: ‘ga maar voor dan’ , wijk uit… en klap keihard op een gigantische ronde bolder, bedoeld om auto’s tegen te houden.

Ja mam, je zit vast

Daar hang ik dan. Ik kan niet voor- en achteruit, de wielen van de Landrover draaien wild in het luchtledige. En nu ineens is alles stil, de straat totaal verlaten, alle rolluiken neer. Bloem buigt zich onder de auto want dat durf ik niet. Wie weet wat er allemaal beschadigd is. ‘Ja mam, je zit vast.’ En paar passerende zigeunermannen met een auto vol net gekochte champignons (wat gaan ze daarmee doen?) proberen nog even met zijn allen mijn auto op te tillen, maar hij zit echt muurvast, ergens rond de as. Ik zie ze kijken: o ja, een vrouw, natuurlijk. De tranen stromen inmiddels heel vrouwachtig over mijn wangen en het helpt niks als Dunya die met haar (shit, véél te grote) nieuwe handschoenen wegveegt.
Een monteur, een draaikrik met wieltjes, een plensbui en vele uren later kom ik thuis. Om me vervolgens om twaalf uur vreselijk te verslikken in al die druiven omdat de klok op de lokale Andalusische tv veel te snel slaat. En die nacht ontdek ik nóg een andere Spaanse traditie: alle boerderijtjes in de buurt zijn verhuurd aan groepen studenten die de hele nacht dansfeesten houden. Ook bij onze buren. Moet kunnen, leuk, gezellig. Dat denk ik tot een uur of 5 ’s nachts. Maar de keiharde bassen in de anders altijd zo doodstille vallei komen pas tot rust als 2011 al heel, heel lang begonnen is.

Categorieën: verhalen van de berg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*