Hooggeëerd

Daar staan we dan met een handjevol ouders en een stuk of dertig rondrennende kinderen. Te bibberen op een stil en donker stuk van het industrieterrein. Vóór ons een enorme vrachtwagen, met een piepklein venster erin. Daar torent de kassadame als een hoer achter haar raam, met zilveren wimpers en een Duits accent. 

Bonissimo

Het circus – ik ga er ooit nog eens een boek over schrijven. En dan niet over Cirque du soleil of het kerstcircus in Carré – zo’n beetje de eerste circuservaringen van onze oudste dochters. Ook niet over balkunstenaar Marco Bonissimo die op dit moment met zijn troupe een voorstelling aan het maken is van mijn boek Wraak van de stier – hoe geweldig ik dat ook vind. Nee, ik wil een tijdje mee met circus Tivoli, circus Franki of hoe ze verder ook maar heten. Van die familiecircusjes die rondtrekken door Zuid Europa. In Nederland zijn ze volgens mij verdrongen door de veel grotere en veel professionelere Renz-achtigen. Maar hier in Montefrio, waar de tijd dertig jaar achterloopt, leeft het nog volop: de driehoekborden van halfblote circusvrouwen in de hoofdstraat, de geluidswagens die almaar rondjes rijden: ‘Komt dat zien komt dat zien. Het circus is er!’

Daar staan we dan met een handjevol ouders en een stuk of dertig rondrennende kinderen. Te bibberen op een stil en donker stuk van het industrieterrein. Vóór ons een enorme vrachtwagen, met een piepklein venster erin. Daar torent de kassadame als een hoer achter haar raam, met zilveren wimpers en een Duits accent. 

Mag ik mee…

Wat is het dat mij zo ontroert? Het net-niet mooie licht, het net-niet goede geluid? Dat de kassadame ineens een gouden beha aan heeft en lama-trainer blijkt te zijn? Dat de jongleur – hoogstwaarschijnlijk haar man – tot drie keer toe zijn meest spectaculaire act over moet doen omdat de blokjes telkens op de grond vallen? Dat de kinderen die moeten plassen dat maar gewoon naast de tent op de grond moeten doen? Zijn het de vlekken in de glimmertjesbroek van de acrobaat? Of is het de clown: een enorm verlegen jongen die de kunst van het ‘kijk uit, achter je!’ tot ware perfectie heeft verheven?
Het heeft zeker te maken met de aanwezige kinderen. Ik kijk naar mijn jongste die voor de verandering eens een keer doodstil op haar stoel zit. Hoezo duur kerstcircus? Dunya is al diep onder de indruk van de eenwieler die daar net niet omvalt.
Maar het is ook nog iets anders: de dapperheid om in deze halflege tent (de voorste stoelen zijn allemaal leeg want ‘gereserveerd’) toch een dikke twee uur variéte te brengen. Dat je weet dat ze daarna in die caravans op dat desloate terrein zullen blijven: opa, oma, en de zoons met hun schaarsgeklede vrouwen. ‘Ging goed he jongens? Morgen nog even oefenen met de blokjes.’ Eenzaam? Koud? Misschien. Maar morgen pakken ze hun boeltje weer in, tent en lama’s en alle glinsterende circusspulletjes, en gaan hup weer verder naar het volgende dorp – waar alles weer opnieuw begint. Magie en wegwezen.
En dat raakt me, altijd weer. Iets in mij roept: Mag ik mee? Ik plak zo zilveren winpers op en ik kan ook heel goed popcorn maken. Of iets met hoepels misschien? Kaartjes verkopen, ook prima. Maar mag ik alsjeblieft met jullie mee…?

Categorieën: verhalen van de berg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*