Echte zigeuners

"Ik gedroeg me zoals ik ben.
Als een echte zigeuner.
Ik schonk haar een grote naaimand
van strogeel satijn,
maar verliefd wilde ik niet worden,
want zij had al een man
ook al zei ze dat ze nog vrij was,
toen ik haar meenam naar de rivier."

(uit een gedicht van Garcia Lorca, die deze week wordt opgegraven).

Het groepje huizen op onze heuvel heet ‘Los gitanos’, de zigeuners. Net als het magische natuurgebied tegenover ons.
En in Montefrio wonen ze ook. Je herkent ze zo: mannen met lang haar en een woeste blik, meisjes met diepe decolletés en grote oorbellen. Tijdens processies lopen ze op blote voeten en op hun feesten is overal flamenco-muziek. Het is bijna een te groot cliché om waar te kunnen zijn.
Maar Chaia vertelt over heuse zigeuner-gangs op het schoolplein (‘Dan lopen ze hard klappend en stampend voorbij. En dan trekken mijn vriendinnen mij gauw opzij’). En Bloem zegt dat als de zigeunermeisjes uit haar klas gaan vechten, ze bossen haar uitrukken en dat na afloop al hun kleren gescheurd zijn.
Dus ja, ze bestaan. Echte zigeuners.

Nog even over het opgraven

Lorca, de zigeuner-held die door Franco-aanhangers is vermoord, wordt dus opgegraven. Hier vlakbij, in Granada. Uit een massagraf verzamelen ze zijn botjes en die van zoveel mogelijk anderen. Daarna begraven ze ze opnieuw, maar dan los van elkaar. En op de plek van het massagraf komt een monument.

Categorieën: verhalen van de berg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*