School!

Januari 2007. We plukken Bloem en Chaia van school om op reis te gaan. Snikkende klasgenootjes op de dijk. Dunya, drie jaar, kijkt geïnteresseerd toe vanaf de achterbank van de Landrover.
De nieuwe school heet Wereldschool. Er wordt gewerkt op stranden, in het oerwoud, in de woestijn, omringd door dieren of door heel veel zwarte kindertjes, die vechten om de gebruikte boeken. En bijna altijd in de brandende zon.
Lente 2009. Terug in Europa maakt Bloem voor de Wereldschool de citotoets – ik zit ernaast met een stopwatch en een berg dropjes. En Dunya leert lezen via een eng wezentje dat Boekiewoekie heet en in een letterhuis woont.
En nu…
Er is weer een echte school. Bloem en Chaia hebben er zin in. Nieuwe schriften, boeken, nieuwe vriendinnetjes. Dunya, ons blonde zigeunermeisje van zes, interesseert het allemaal niet zo. Zij kent het fenomeen school alleen uit boeken.
Hoe zal dat gaan?

Strenge gnoom

Op de middelbare school van Bloem loopt driekwart van de kinderen in een joggingpak. Waarom is dat? Gemakzucht, geldgebrek, een uncool statement? De juffen daarentegen lijken allemaal op mijn zus, die ook juf is: artistiek gekleed en met leuke tasjes. Bloem krijgt zo’n leuke juf als mentor. Dat scheelt, het is net alsof ik haar bij mijn zus achterlaat.
De juf van Dunya is het misvormde spiegelbeeld daarvan: een hele strenge gnoom. Is dat goed of juist niet voor dit meisje dat voor het eerst sinds maanden weer schoenen (en kleren) aan heeft?
Chaia tenslotte wordt helemaal alleen in een bankje vooraan geplaatst. Daar zit ze dan, onze kleine én grote dochter van tien. Ilco en ik pinken een sentimenteel traantje weg als we de school uit lopen.
Eenmaal thuis vind ik overal sporen van Dunya. Onderbroeken, speeltjes, mooie veertjes. Ik krijg haar niet uit mijn hoofd. Steeds maar weer dat beeld van een vogel in een kooi. Nu hebben ze pauze, nu eten ze samen warm in de comedor, nu stappen ze op de schoolbus… daar zijn ze!!!

Chaia juicht: ‘Ik had een 1 voor mijn taaltoets en een 3,5 voor mijn rekenen. Maar Carmen vroeg of ik naast haar kwam zitten en nu zijn we vriendinnen!’
Bloem vertelt alsof het de gewoonste zaak van de wereld is over de stomme taaljuf die vroeg wie er allemaal zigeuner waren. En dat er een kind in de hoek moest staan met zijn gezicht naar de muur. ‘Maar de wiskundeleraar is de liefste meester ooit.’
Dan komt eindelijk ook Dunya de heuvel op geklauterd. Met één beweging (zoals alleen Dunya dat kan) gooit ze haar rok, shirt, onderbroek en schoenen uit. ‘Hoe was het?’ vragen Ilco en ik, we willen de woorden wel uit haar mond trekken.
Dunya haalt haar schouders op. ‘Alle grote jongens gingen me optillen in de pauze, maar ik heb ze gewoon een klap gegeven.’ Ze grijpt de poes, plant hem in haar poppenwagen en verdwijnt naar buiten. De boeren zijn amandelen aan het oogsten. 'Bloem, Chaia, kom mee!' 
Niet veel later hangen onze dochters alledrie in de bomen. Koekjes, thermosflessen, Spaanse oma's erbij. De school is op slag weer heel ver weg.

Categorieën: verhalen van de berg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*