De schizofrenie van het schrijven

Het is langer donker in Spanje. Als Bloem en ik ’s morgens de heuvel af lopen naar de schoolbus, is het nog nacht. Daarna pas maak ik Dunya en Chaia wakker. Zoals zoveel moeders over de hele wereld doen, maak ik een ontbijt voor ze en vul een broodtrommeltje met lekkere dingetjes. Tassen pakken, haren vlechten, sokken zoeken, en nog een keer omlaag – voor de volgende bus. Inmiddels kleurt de opkomende zon de pena de los gitanos, de grote rots tegenover ons huis, oranje. De zwerfkatten zeuren om eten, mijn hoofd zeurt om koffie. Ondertussen zet ik de computer vast aan. Ik ruim de ontbijtboel op, trek de bedden recht en dan ga ik naar mijn kamer, waar je aan de ene kant olijfheuvels en aan de andere kant boeken ziet.
En ik verdwijn.

Para-vleugels

Isabel Snoek is in Rio op het moment. Geen stad zo betoverend, zo warm en kloppend, zo ongeremd. Ik was er nog met carnaval. ‘Je loopt alleen maar te lachen,’ zei Ilco. Ik danste de hele nacht in de parade en kreeg ondertussen het ene geweldige schrijfidee na het andere. Tot aan de dag van vandaag voel ik saudade, een onbeschrijflijk verlangen als ik aan Rio denk. Maar niet op dit moment. De samba schalt, overal liggen Braziliaanse kranten en tijdschriften, het is een wervelende beeldenstorm in mijn hoofd van veren en glitters en eindeloze stranden. Ik stuur Isabel de favelas in, naar Ipanema en hoog in de lucht op een berg vol tropisch regenwoud. In taxi’s, bussen, op de fiets en zelfs met para-vleugels. En natuurlijk ben ik er zelf ook bij, in deze ‘cidade maravilhosa’ waar ik zou wonen als… ja, als de dingen anders waren gelopen dan ze nu eenmaal lopen. Rio!

Het is langer donker in Spanje. Als Bloem en ik ’s morgens de heuvel af lopen naar de schoolbus, is het nog nacht. Daarna pas maak ik Dunya en Chaia wakker. Zoals zoveel moeders over de hele wereld doen, maak ik een ontbijt voor ze en vul een broodtrommeltje met lekkere dingetjes. Tassen pakken, haren vlechten, sokken zoeken, en nog een keer omlaag – voor de volgende bus. Inmiddels kleurt de opkomende zon de pena de los gitanos, de grote rots tegenover ons huis, oranje. De zwerfkatten zeuren om eten, mijn hoofd zeurt om koffie. Ondertussen zet ik de computer vast aan. Ik ruim de ontbijtboel op, trek de bedden recht en dan ga ik naar mijn kamer, waar je aan de ene kant olijfheuvels en aan de andere kant boeken ziet.
En ik verdwijn.

15.30 uur

‘We zijn er weer!’ Hijgend komen drie meisjes de berg op geklauterd. ‘Ik heb heeeeel veel huiswerk, mam, kom je helpen?’ ‘Ik heb honger, wat eten we?’ ‘Mag ik een film kijken, een vriendin bellen, mag ik chips?’
Ik zet mijn computer uit. De muziek stopt. En alles kantelt.

Categorieën: verhalen van de berg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*