In transit, Andorra

If you don’t know where you’re going any road will get you there
(Lewis Caroll)

‘Ook al valt dat nieuwe huis straks enorm tegen, dan was de reis ernaartoe in ieder geval geweldig,’ zegt Ilco.
En ja, we zijn weer op reis. Bootje varen in Jardin du Luxembourg, limousine-steak eten in Zuid Frankrijk, dagje skiën in Andorra – ons leven is als een stromend bergriviertje waar we schaamteloos de kristalletjes uit opvissen. 
Dat begint al in Nederland. Op weg naar Antwerpen stoppen we bij een sprookjesachtige videotentoonstelling van Pipiloti Rist in Rotterdam. Hier kruip je zelf een kristal binnen, een vloeibare wereld van regenboogkleuren. Op bedjes naar kunst liggen kijken – hoe leuk is dat?
We stappen door de spiegel heen; en daarmee is de reis begonnen. Zonder enige agenda, de plannen veranderen met de dag, en niets is blijvend. Alleen de eindbestemming, de zigeunerboerderij – maar nu nog even niet.

Nepwereld

 
Andorra is trouwens één reusachtig vliegveld. Een belastingvrije nepwereld van parfum- kleren- en sigarettenwinkels. En dat in de kom van allemaal enorm hoge bergen. Doodeng vind ik het. Wie wil hier nou wonen, voor eeuwig opgesloten op Schiphol!
Maar als je boven de wolken komt, schijnt de zon en er ligt knisperende sneeuw rond een gigantisch netwerk van skipistes en liften. Voor niemand, want het seizoen is bijna afgelopen en we hebben het rijk alleen. Dunya zit in haar eentje in de kinder-skituin en krijgt privéles. Voor het eerst op ski’s! Ondertussen suist Ilco de lange helling omlaag en ontpopt Chaia zich als snelheidsduivel met helm en coole bril. Bloem en ik zeilen er kalmpjes achteraan. Aan het eind van de dag hebben we allemaal een vuurrood hoofd, want niets voorbereid en dus ook geen zonnebrandcreme gekocht. Terwijl ik dit schrijf, liggen er in een groot hotelbed voor me drie tomaatjes voor pampus. 

If you don’t know where you’re going any road will get you there
(Lewis Caroll)

‘Ook al valt dat nieuwe huis straks enorm tegen, dan was de reis ernaartoe in ieder geval geweldig,’ zegt Ilco.
En ja, we zijn weer op reis. Bootje varen in Jardin du Luxembourg, limousine-steak eten in Zuid Frankrijk, dagje skiën in Andorra – ons leven is als een stromend bergriviertje waar we schaamteloos de kristalletjes uit opvissen. 
Dat begint al in Nederland. Op weg naar Antwerpen stoppen we bij een sprookjesachtige videotentoonstelling van Pipiloti Rist in Rotterdam. Hier kruip je zelf een kristal binnen, een vloeibare wereld van regenboogkleuren. Op bedjes naar kunst liggen kijken – hoe leuk is dat?
We stappen door de spiegel heen; en daarmee is de reis begonnen. Zonder enige agenda, de plannen veranderen met de dag, en niets is blijvend. Alleen de eindbestemming, de zigeunerboerderij – maar nu nog even niet.

Voor altijd

1april 2007: ‘Papa, mijn slaapzak is ontploft. De hele daktent ligt vol veertjes,’ zegt Bloem, ergens in de bergen van Marokko. ´He verdorie, hoe kan dat nou,´ hapt Ilco.
1 april 2008: ‘Die luizen krijgen we nooit meer weg. Als we Sudan verlaten, moeten jullie verplicht je haren afknippen,´ neemt Ilco wraak. Het eerste is waar (overal luizen in de ranzige grenshotelletjes van Sudan), het tweede niet. Het duurt nog een behoorlijk tijdje voor we de gillende meisjes (‘Nee, niet mijn haar afknippen, neeeeee!’) stil krijgen.
1 april 2009: Waar we zullen zijn (Extremadura misschien?) weten we nog niet, maar de meiden zijn nu al aan het broeden op een goede tegengrap voor hun vader.
Sommige dingen zijn onveranderlijk.

Categorieën: verhalen van de berg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*