Sambadroom

Het is zover. Hiervoor zijn we naar Rio gekomen. Via Afrika, via Nederland.
Bloem, Ilco en ik gaan kijken naar de sambaparade. En … meedoen! Dat laatste wordt nog een heel avontuur.
Maar de eerste avond zitten we nog gewoon op de tribune. Dit is wat je altijd op de tv ziet: het grote feest met glitter, veren en de meest onvoorstelbare praalwagens. Een cadeau van de favelas zeggen ze, want daar komt al dit moois vandaan: uit de krottigste krottenwijken. Carnaval is een brug naar een andere wereld. Iedereen wil boven zichzelf uitstijgen, wil winnen van de andere sambascholen.

´Kijk nou, kijk dan toch!´ Er zijn praalwagens zo groot als cruiseschepen, met tijgers, zeemeerminnen, gouden zeepaarden, fonteinen met echt water en zwanen van acht meter hoog, die uit elkaar vallen in allemaal dansende mensen. De kostuums zijn stuk voor stuk ongelooflijk, versierd met duizenden edelstenen. Er zijn sambakoninginnen die worden toegejuicht als voetbalhelden. Honderden muzikanten die het sambalied van de school drummen. Oude wijze dames met hoepelrokken. En duizenden figuranten, per school dan.

Elke school heeft zijn eigen thema: oceanen, theater, de geschiedenis van de drum.
Vaak wordt er in beelden een verhaal verteld, meestal is er ook een maatschappelijk kantje.
Muziek verbroedert. Geen oorlog, maar liefde.

Nachtmerrie

De volgende dag mogen Ilco en ik zelf meedoen.
We hebben een prachtig kostuum met edelstenen en een reusachtige hoofdtooi. We hebben sambalessen gevolgd bij Simone en enorm geoefend op het sambalied van ‘onze’ school. Ik ben enorm zenuwachtig. Bloem is vreselijk jaloers, maar kinderen onder de achttien mogen helaas niet meedoen. Zij blijft bij onze vrienden Rob en Richard naar de tv kijken.
We zijn de eerste school van de avond. De sfeer is goed, overal verzamelen zich groepen van mensen met een bepaald kostuum. ‘Zoek je eigen groep,’ heeft Rob gezegd, ‘je herkent ze aan hetzelfde kostuum.’
En ja, algauw zien we ‘onze’ hoofdtooi. Alleen hebben deze mensen ook nog een enorme verencape om. Toch nog maar even verder kijken.
Een half uur later is de waarheid doorgedrongen. Er mist een stuk kostuum. Want waar is onze cape? ‘Die had je moeten krijgen,’ zegt de baas van onze groep. Richard heeft onze kostuums opgehaald, maar die is nu niet hier. Wat is er misgegaan?
Gelukkig zijn we op tijd, denken we nog. Er komt vast wel een oplossing.
Twee uur later lopen we tegen de stroom in. Er is geen oplossing gekomen, het feest is over voordat het is begonnen. Ons feest dan. De jury is onverbiddelijk. We zijn beland in een nachtmerrie vol veren, keiharde drums en mensen gekleed in doodskostuums. Je komt er makkelijker in dan uit. Daar gaan we, twee zielige halfgeklede figuranten, die niet mee mogen doen. We lopen allebei te snikken.

Parade

‘Misschien is dit een soort straf omdat we zo makkelijk omgaan met de nadelige milieu-effecten van vliegen,’ filosofeert Ilco in de taxi terug.
Ik wil er niks van horen.
En Rob en Richard gelukkig ook niet. Ze zijn al net zo gebroken als wij en beginnen als gekken te bellen. Er worden plannen gesmeed, knopen doorgehakt, auto´s met kostuums beginnen te rijden vanuit de verre buitenwijken.
En dan komt Rob triomfantelijk binnen met een cd. ´Ga je nieuwe lied maar leren. Jullie zijn zometeen figurant bij de allerlaatste school.´
Tranen, opnieuw, opwinding. Richard komt aanzetten met een opwekkend toverdrankje uit de Amazone.
We graaien onze nieuwe kostuums, compleet deze keer, uit de zakken. Nu geen veren en juwelen. We zijn verkleed als…. auto´s. En niet zomaar auto´s. Milieuvriendelijke auto´s! Ilco lacht hard. Oké, de boodschap is helder. Minder vliegen dus.
Maar nu zijn we hier. Met wapperende koplampen spoeden wij ons opnieuw naar het Sambadrome. Ja hoor, daar staan de andere auto´s.
Ons kostuum is heet, massief en onmogelijk. Er hangen zelfs verkeerslichten en gevarendriehoeken aan. Het maakt allemaal niets uit. We zijn er, we mogen mee in de parade. Verplicht dansen en zingen. Alsof je anders zou kunnen…

Dansen dansen dansen

Dan breekt mijn spatbord af. Paniek! Zou ik nou weer niet mee mogen doen?
Maar nee, daar komen de mannen met kettingen van veiligheidsspelden en nietmachines in de hand. Hup hup, auto gerepareerd.
En dan, precies op het moment dat we tussen het publiek stappen, knapt het touwtje van mijn enorme hoed, die eigenlijk mijn reservewiel is. En mijn handen kunnen absoluut niet bij mijn hoofd komen. Langzaam zakt de hoed af, elke sambapas ietsje meer. Vanuit de verte gebaart Ilco. Ja, ik weet het, maar ik kan er niks aan doen.
Gelukkig, ook hierin is voorzien. ´Opzwepers´ van onze school komen om de vijf minuten langs om een klap op mijn hoofd te geven. Zo gaat het net goed.
En het maakt ook niets meer uit. Ik juich, het publiek juicht, ik ben één met mijn sambaschool en alle mensen om me heen. Ik dans!
Een uur duurt het, maar het kan ook een jaar zijn, of vijf minuten. Dan is het ineens afgelopen. De parade valt uiteeen, mensen gooien hun kostuum af. Ilco drinkt vier glazen water in 1 seconde.
Plotseling is het ochtend geworden. De zon valt op het beroemde beeld van Jezus. Ik weet zeker dat hij naar mij zwaait.

Meer foto’s

Meer ongelooflijke foto’s?
www.flickr.com/photos/12966304@N00/sets/72157614384161513/

En koop deze week de Kidsweek Junior met erin een carnavalsartikel van Bloem!

Categorieën: verhalen van de berg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*