Blue monday

Het regent in Amsterdam Noord, dat is grauw op grauw.
We gaan eindelijk terug naar Durgerdam. Ons huis op nummer 203 is een blauwdruk van een ander leven. Fietsen in de wind, schommelen onder de appelboom, de trampoline. En al die partijtjes in de tuin met slingers en zelfgebakken taarten – ik word nog steeds een beetje moe als ik eraan denk. Bloem en Chaia doen hun ogen dicht – ze willen het huis niet meer in nu er andere mensen wonen.
Onze stokoude poes loopt er nog steeds rond, net begonnen aan zijn negende kattenleven. Zijn oude vacht is helemaal opnieuw gaan glanzen. De meiden leggen kleine stukjes rauwe tartaar in zijn tandeloze bekje, speciaal hiervoor meegenomen. Columbus is blij. Met de tartaar. Want de voorspelling van Dunya ‘dat hij tegen me op gaat springen van blijheid’ komt niet helemaal uit.

Durgerdam

‘Durgerdam, zo diep verloren blauw, waar is de tijd gebleven…’ We hebben het lied van Jeroen Zijlstra best vaak gedraaid in de woestijn. Of in het oerwoud. Nu geeft Jeroen ons zijn nieuwste cd. ‘Even thuis’ schrijft hij erop.
Zijn we dat, even thuis? We kennen het nog zo goed. De reigers in de weilanden, de rotganzen, het leeggeviste IJmeer, waar je als je geluk had met de zomer hele dagen in kon zwemmen. Het houten kerkje waar Hannah onze drie dochters heeft gedoopt. Ik vergeet nooit dat ze vroeg of de meisjes welkom waren en de hele kerk volmondig ja zei. De zeilbootjes in de haven maken nog steeds hetzelfde klapperende geluid, zelfs buurman Ton is er, overdonderend als altijd: ‘Zo rotkinderen, die geen cola lusten. Wat zijn jullie nou voor kinderen!’ We zouden hier zo weer verder kunnen.
Of niet? Terwijl de tijd in Durgerdam is stil blijven staan, zijn wij anderhalve keer de wereld rondgereisd. Dat gaat je niet in de kouwe kleren zitten. Het doet iets met je ziel en ook heel simpel met je adrenalineniveau: je wil meer avonturen, verder gaan, kijken wat er om de volgende hoek ligt. En dat gaan we nu ook doen, in Spanje. Waar je geen gras hebt en geen reigers. Geen appelbomen en geen houten huisjes. Wordt Spanje ooit zo thuis als Durgerdam?

Het regent in Amsterdam Noord, dat is grauw op grauw.
We gaan eindelijk terug naar Durgerdam. Ons huis op nummer 203 is een blauwdruk van een ander leven. Fietsen in de wind, schommelen onder de appelboom, de trampoline. En al die partijtjes in de tuin met slingers en zelfgebakken taarten – ik word nog steeds een beetje moe als ik eraan denk. Bloem en Chaia doen hun ogen dicht – ze willen het huis niet meer in nu er andere mensen wonen.
Onze stokoude poes loopt er nog steeds rond, net begonnen aan zijn negende kattenleven. Zijn oude vacht is helemaal opnieuw gaan glanzen. De meiden leggen kleine stukjes rauwe tartaar in zijn tandeloze bekje, speciaal hiervoor meegenomen. Columbus is blij. Met de tartaar. Want de voorspelling van Dunya ‘dat hij tegen me op gaat springen van blijheid’ komt niet helemaal uit.

Blind en scheef

Ik denk aan wat ik in de krant las: het is de week van blue Monday. De derde maandag in januari zijn de mensen in Nederland vaak het allersomberst. En dan regent het ook nog zo miezerig vandaag. Ik wentel me in melancholie en kijk naar die goeie ouwe Columbus die zijn tartaartje eet. Bijna twintig is hij nu, blind en scheef in de achterpoten, maar nog steeds dezelfde sterke kater. We kunnen hem best meenemen!
Columbus likt de laatste kruimels op, terwijl de meisjes hem aaien en aaien. Hij strijkt zijn snorharen.
Dan wandelt hij weg.

Categorieën: verhalen van de berg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*