Droom

(Cefalu, km 69515. Gaan we hier wonen: ? – volgende week eindbalans Sicilie).

Het is zondagochtend, alleen Dunya en ik zijn wakker. Boven de bergen komt de zon op over Sicilie. De zee is glad als een vijver, beneden ligt het oude Cefalu met zijn smeedijzeren balkonnetjes en wapperende was in alle kleine straatjes. De kerkklokken weerkaatsen in het dal en in de verte zingt alweer de eerste politiesirene.
Ik schrijf over Sinterklaas, een boek dat pas volgend jaar in de winkel komt. Met blote benen in november, kopje sterke espresso naast de computer.
‘Wat speel je Dunya?’
‘Ik speel dat mijn poppen op reis gaan.’
Ik speel dat het Sinterklaas is. Dat het Nederland is en een groepje kinderen Sinterklaas de mijter van zijn hoofd willen trekken. Het ziet er niet goed uit voor Sinterklaas, maar ik weet nu al dat het goed komt. Hollandse beelden: chocoladeletters, de folders van Bart Smit, wie stout is de roe. Ik zap heen en weer tussen de pepernoten en de espresso. De olijvenoogst is hier begonnen, overal van die zwarte poepjes op de grond. Als het hier al regent, regent het olijven.

Tranen in Amerika

Een mail van mijn tante uit Amerika. Obama, Obama, Obama. We kunnen alleen nog maar huilen, schrijft ze. En ook: ‘Dit is een transformatie voor de wereld.’ Mijn tante ziet de dingen graag vanuit een stars and stripes-perspectief.

Maar in Sicilie praatte Obama vloeiend Italiaans. In heel Palermo was geen CNN te ontvangen, zelfs niet in de dure hotels. Misschien het Amerikaanse consulaat? Maar dat bleek gesloten, er stonden alleen een paar gefrustreerde basketballers die waren gekomen om te feesten en te stemmen. Ilco beleefde de hele nacht vanuit Cyberspace.

‘Il sogno, de droom,’ schrijft de Unita de volgende dag, met een vette verwijzing naar Martin Luther King. Het is mooi, het is hoopvol, ook wij hebben de meisjes op het beslissende moment uit hun bedjes gehaald. Op Sicilie is er vooralsnog geen mens mee bezig. Het is dus olijvenoogst. Ti amo op de brug. En Catania speelt tegen Palermo.

Psychedelisch Sicilie

De laatste keer dat we in Kenia waren, was er oorlog. Nu vieren ze feest, net als mijn tante, want Obama is Keniaan. Zijn vader was een Luo.
Het is onvoorstelbaar hoe vaak we nog aan Afrika denken. Ons nieuwe huis – waar het ook staat – heet dan ook alvast Villa Africa.
Dat leek ons ook zo fijn aan Sicilie. ‘Op sommige plekken kan je daar Afrika nog voelen,’ kwijlt de Lonely Planet. Maar in Afrika heb je echt niet zulke mooie wegen, grote fabrieken of psychedelische winkels. Daar gooit niemand eten weg, zoals we hier vaak genoeg zien op de campings (en je hebt er ook geen douchemunten). Afrika? Iedereen hier is wit en moppert op die paar Senegalezen die op hun beurt ook tamelijk ontheemd rondlopen. Alleen het ruige binnenland, met zijn stoffige, droge bergen waar niks groeit, doet een beetje denken aan landen als Sudan. Maar daar woont dan ook niemand.

Pepernoten, olijven, huilende Amerikanen en dansende Luo’s – en een eiland dat zich nergens mee verbindt. Ik kijk en schrijf en zweef overal boven, zoals je dat in dromen soms wel hebt.

Categorieën: afrikareis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*