Circus Spumante in the spotligthts

(Pompei, km 66305. Gaan we hier wonen: nee).

Was het de maan, die vanavond zo prachtig vol was? Nee, toch een schijnwerper. Van de carabinieri nog wel.
De meisjes trippelden enthousiast uit hun tent, blote voetjes in het natte gras. Spannend, politie!
‘Het spijt ons, maar de eigenaars van dit stukje land hebben gebeld.
Er zouden zigeuners op hun terrein zitten, die grote vuren stookten…’
‘Circus Spumante,’ knikte Ilco binnensmonds.
Onze uitleg dat we voor een nachtje kamperen toestemming hadden gekregen van de eigenaar, leidde alleen maar tot nog meer consternatie van de inmiddels ook toegesnelde eigenaar. ‘En hoeveel heb je daarvoor moeten betalen?’
De politie suste: ‘Het zijn maar Nederlanders. En ze hebben drie mooie dochtertjes…’ Maar de eigenaar en zijn vrouw bleken onvermurwbaar. Een stuk of vijftig telefoontjes en een vage confrontatie met een nep-eigenaar later (allemaal onder die volle maan) werden we door de politie naar een ander terrein gebracht. ‘Deze eigenaar is op de hoogte en je kunt morgen ontbijten bij zijn barretje.’ Boven de deur wapperde uitnodigend de Albanese vlag.

Maffia-kipjes

We leren de Italianen steeds beter kennen en bepaalde preconcepties moeten we fiks bijstellen. Gastvrij? Ja, zolang je maar geen vluchteling/ zigeuner/ Afrikaan bent. Family life? Ja, maar dan met maar één kind per gezin, dat vervolgens tot zijn dertigste bij mama blijft wonen. Die arme jongeren zijn hier helemaal murw van het gebrek aan werk en het enige waar ze echt actief in zijn, is in de liefde, getuige het aantal liefdesverklaringen op muren en bruggen. Ti amo Maria, ti amo Picola, ti amo Anna… En maar zoenen op hun brommers, bij elk uitkijkpunt en elk bankje is het raak. Ha, dat cliché klopt tenminste nog!
Maar de Smart, in Amsterdam toch eigenlijk een beetje een sneu autootje, krijgt hier dan weer een heel andere connotatie als je eenmaal hebt gezien hoe in Napels alle hippe maffia-kipjes erin rondscheuren.
Gaan onze dochters hier opgroeien? Voorlopig zijn de huizen die wij echt mooi vinden nog onbetaalbaar. Voor normalere prijzen voor dezelfde soort huizen kun je beter nog wat zuidelijker gaan – naar Calabrie en Sicilie. Vooral Sicilie lonkt.

Zes meisjes in Pompei

Maar eerst hebben we nog bezoek. In de herfstvakantie is Chaia’s vriendin Blume gekomen, samen met haar twee zussen en haar ouders. Wij ontvangen hen met wijn, mozzarella en salami, zij komen op hun beurt aan met pindakaas, hagelslag en stroopwafels. We ontbijten met beschuitjes en echte Goudse kaas! En dankzij Alexander, Blume’s Duitse vader, weet ik nu eindelijk van wie dat beroemde citaat is. Napels zien en dan sterven. Dat zei Goethe.

Oké, ik heb Napels gezien. Na Timboektoe, Isfahan en Kaapstad gloorde het aan de horizon: NAPELS! Met zijn maffia-haven, kerststalletjes, eilandjes (ach, Procida…), Amerikaanse villawijken en buffelmozarellapizza’s. Zinderend als het leven zelf. Maar om er nu meteen dood bij neer te vallen… dat laat ik aan mijn romantische vriend Goethe over. En aan de honderden slachtoffers van de camorra natuurlijk.

Categorieën: afrikareis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*