In het diepe

(Selcuk, km 60335)
De Aegeische kust van Turkije. Gaan we hier wonen: nee).

Annemijne is weg, we zijn weer alleen. Bloem heeft meer tranen vergoten dan de hele reis bij elkaar. En ook mij is het vreemd te moede. Want nu begint het grote zoeken. Anderhalf jaar en zestigduizend kilometer verder, zijn we weer bij ons startpunt: de Middellandse Zee.
En nu wordt het zolangzamerhand eens tijd om de sprong te wagen en op jacht te gaan naar een echt huis. Een huisje om te schrijven, te dromen en op te groeien. Ons huis in Durgerdam is verkocht, we zijn per ongeluk toch al uitgeschreven uit Nederland, dus de wereld ligt voor ons open. En stiekem verder reizen is uitgesloten, want Bloem moet over een jaartje toch echt naar een middelbare school. ‘Ik verpest het wel voor jullie he?’ moppert ze.

Villa Kakelbont

Het zou ook hier in Turkije kunnen staan, ons huis. Af en toe zien we snoepjes van huizen met bloeiende bougainville en waterputten. ‘Mama, zullen we hier gaan wonen?’
Ilco en de meiden fantaseren er op los: het nieuwe huis moet aan zee liggen, bij een leuk dorpje, en vlakbij een goede school. Chaia heeft een soort villa Kakelbont in haar hoofd en wil per se een balkon. Bloem dacht meer aan iets van kleine steentjes en Dunya wil een glijbaan van haar kamer naar het zwembad. Ilco maakt een soort lijstje van punten waar het huis aan moet voldoen: natuur, ruimte, sfeer, een vliegveld dichtbij.
Alleen ik doe niet echt mee. ‘Het huis moet heel klein zijn,’ piep ik, ‘gewoon, een fijne patio met druivenranken waar je lekker kunt zitten.’
‘Een werkkamer,’ oppert Ilco.
‘Ach, ik schrijf overal wel.’
‘En wil je geen grote keuken, mam?’
‘Ja, nee, ja. Ach…’

Het sobere leven

Ik zie het nog niet voor me. Mijn huis is mijn Landrover en ik voel me juist bevrijd van extra spullen. Nellieke, de moeder van Annemijne, was het ook al opgevallen: ‘Jullie gooien niks weg.’ En inderdaad, kapotte zonnebrillen repareren we, plastic tassen (zo lang zo schaars) sparen we, de suiker wordt bewaard in een oude melkfles. We drinken met zijn allen uit een waterfles zonder glazen en eten met onze handen vanaf een grote schaal, nog op zijn Ethiopisch. En als je tussendoor honger hebt, wacht je maar even, of je scheurt een paar hompen van een droog brood. Dit is het sobere leven en het bevalt me best, al reizend langs de westkust van Turkije.
‘En hoe vind je dit oude vissershuisje?’ vraagt Ilco. Het is geschilderd in okergeel en lavendelblauw.
Ik kijk amper. ‘Het lijkt me beter dat onze dochters als tweede taal bijvoorbeeld Italiaans leren dan Turks,’sputter ik, ‘en ik woon toch liever in Europa.’
Ilco pakt de Lonely Planet van Italie er maar weer eens bij, terwijl ik me verstop in de auto om te gaan slapen. Middenin de nacht word ik wakker gemaakt: ‘Amalfi, dat wordt het!’

Wordt vervolgd.

Categorieën: afrikareis

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*