De jurk

(Tirana, Albanie, km 63305. Gaan we hier wonen: nee, zie onder).

Amsterdam heeft hem, maar Fez niet. Nouakchott heeft hem zeker niet en Kumasi ook niet. Eigenlijk vind je hem bijna nergens in Afrika. Ik bedoel natuurlijk DE JURK. De ultieme, goedvallende jurk van mooie stof, die je als meisje af en toe gewoon aan moet. Ik had hem in Kaapstad verwacht, maar daar toch niet gevonden. Dat was raar en ook vervelend, want de jurken die ik bij me had begonnen, na vele wasbeurten op steen en dragen in de felle zon, inmiddels hun kleur en model te verliezen. Ik mailde een vriendin in Nederland of ze me niet een jurkje kon opsturen. ‘Ik zie weinig leuks in de winkels’ mailde ze terug en ik zuchtte. Ik zag niet eens weinig leuks, ik zag niks leuks. Ja, lange wikkelgewaden, waarin je (of in ieder geval ik) eruit ziet als een gebloemde moeke.
Pas in Addis Abeba zag ik voor het eerst iets dat op mode leek. Ik kocht een rok, ook fijn. En een (andere) vriendin uit Nederland stuurde een blauwe jurk van de Albert Cuijp, die helaas al snel van de waslijn werd ontvreemd.

Jurkenparadijs

Islam en de jurk gaat ook al niet samen. In Isfahan heb je een ware jurkenpolitie. Mannen die streng controleren: niet te kort, niet te strak, niet te bloot. Dat betekent broek onder de jurk en dat lukt natuurlijk alleen maar als je superslanke, lange benen hebt. Anders is het gewoon geen gezicht. De jurken in Aswan, Egypte, waren van vreemde prikstof, onelastisch ook. Zag er leuk uit in de etalage, maar verder totaal ondraagbaar. Ik denk dat ze daar ook eigenlijk niet voor waren bedoeld. De jurk was hier een soort tijdschrift, waar meisjes met hoofddoeken verlangend en geïnteresseerd naar konden kijken.
Maar in Istanbul vond ik een soort Kalverstraat, met echte jurken. En Thessaloniki was een waar jurkenparadijs. In de hippe eetkeukens en kunstenaars-pakhuizen zag ik overal leuke meisjes in leuke jurken – hier ogenschijnlijk onder het goedkeurend oog van de baardige geestelijken.
Dus nu heb ik er ook weer vier: een zwarte, een zilveren, een van gekleurd satijn en een met jarenvijftig-ruitjes. Die zilveren jurk heb ik in stijl ingewijd: al dansend in een nachtclub aan de Bosporus. En ik weet inmiddels een nieuw criterium waar onze volgende woonplaats aan moet voldoen: je moet er binnen een straal van dertig kilometer een behoorlijke jurk kunnen kopen.

Berenbergen

Albanie voldoet alvast niet aan het jurken-criterium. We trokken door het noorden van Griekenland, over de groene berenbergen, en toen werd de snelweg ineens een landweggetje. Dat was Albanie. We zagen brokkelige oude dorpjes, veel mooier eigenlijk dan het volledig gerestaureerde Griekenland, maar ook overal lelijke flats en schreeuwerige villa’s, de knalgele, knalgroene en knalpaarse verf nog nat. Albanie wordt in noodtempo ontbost en volgeplempt, en het is zeker niet meer de plek waar een boze tovenaar zich maandenlang in de bergen kan verstoppen. De mensen hebben er vierkante gezichten (‘Frankenstein-hoofden’ volgens Ilco) en de jurken maken het er niet beter op: onmodieus, rare stof en gecombineerd met erg foute tassen.
Op naar Kroatie dus!

Categorieën: afrikareis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*