De prinsesjes en de smokkelaars

(Malatya, km 57747)

Ik droomde dat ik op de rug van een grote vogel de hele wereld over vloog. ‘Wie ben je?’ vroeg ik aan de vogel. En hij zei: ‘Ik ben je droom.’
Chaia

Op bezoek bij de Perzische prinsesjes die ons bij de Syrische grens geholpen hebben. Melina en Melisa. Onze komst veroorzaakt een explosie van tranen en opwinding. We worden volgestopt met eten en snoep, ze maken vijf bedden voor ons op in de woonkamer en hangen ons vol met hun eigen juwelen (die we later weer stiekem in de badkamer achterlaten).
Maar het huis blijkt uiteindelijk een paleis van droefenis.

Ik wil leven

Als ik Melina vraag of ze een vriendje heeft (ze is 22) schudt ze haar hoofd. ‘Het kan niet. Als je een jongen leuk vind, kan je hem spreken op de universiteit en misschien in een of ander koffiehuis. Maar nooit, nooit kan je ook maar een seconde met elkaar alleen zijn. De controle is overal. Je moet er niet aan denken wat er gebeurt als ze je betrappen met elkaars hand vast.’ Het wordt steeds erger, vertelt ze. ‘Ik wil een sluier dragen, want ik ben moslima. Ik houd van Allah. Maar zoals we ons hier moeten inpakken is verschrikkelijk. Zie je niet hoe ik erbij loop? Ik wil zo graag mijn eigen kleren kiezen, ik wil leven!’
Melina’s broer heeft het al helemaal uitgestippeld: ‘Op mijn tiende wist ik al dat ik hier weg wilde. Dus ik heb een studie gekozen met perspectief: hartchirurgie. Die kan ik afmaken in Azerbeidzjan. En als ik daar vijf jaar heb gewoond, krijg ik een visum voor Amerika, waar ze zitten te springen om een bepaald soort hartchirurgen.’
Zo ver is Melina nog niet. ‘Ik studeer nog. Ook medicijnen. Als het kan wil ik naar Europa, ik droom van Italie! Als ik wegga, betekent het dat ik voorgoed mijn land moet verlaten, waar ik zo van houd.’ En haar ouders, wat vinden die daarvan? ‘Die snappen ook wel dat het zo geen leven is. Straks gaat mijn zus verder studeren in Turkije, dan zijn we allemaal weg. Terwijl we zo’n hechte familie zijn. Ik zal zo verdrietig zijn, maar het kan niet anders.’ En ik zie dat Melina gelijk heeft: iets in die mooie ogen is helemaal uitgeblust. Het is alsof ze kijkt door een floers van 1001 gestolde tranen.

Smokkelactie

Dan is het tijd om Iran te verlaten. Ons visum verloopt, maar dat niet alleen. We zitten vol. Vol met beelden, vol met smog, vol met de verhalen van Melina.
En vol met tankjes diesel… Had ik al verteld dat de diesel in Iran gratis is? In Turkije, het andere uiterste, betaalden we voor een volle tank 120 euro. In Iran is dat 20 cent. Echt waar! Dus het is te verleidelijk om wat mee te nemen voor de lange reis door Turkije. Tweehonderd liter. De meisjes moeten er raar krap voor zitten, maar Ilco belooft ze een eenmalige zakgeldverdubbeling. Zo worden ze medeplichtig aan een smokkelactie. En die is nog best griezelig. De hele reis is onze auto maar een keer echt goed gecontroleerd, dus we zijn vol goede moed. Echter, bij het verlaten van Iran moeten we VIER KEER de achterbak openen. Eén keer gooit Dunya jolig haar Knor naar de man die net het laken van de tankjes wil wegtrekken. De man lacht en begint nu met Dunya te spelen. En zo gaat het steeds als door een wonder net goed.
Dan ineens roept een Turkse douanier: ‘Je bent vrij!’
Ik gooi mijn hoofddoek af en het voelt bijna obsceen.

Categorieën: afrikareis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*