Tussen Bagdad en Beirut (bij de likkende burka’s)

(Hama, Syrie, km 51687)
Het Midden Oosten is zo klein. Een verzameling krantennamen. Ineens zitten we dertig kilometer van Beirut. Dan is er een afslag naar Bagdad. En ondertussen ligt Israel alweer achter ons.
Toch moet ik nog wel veel aan Jeruzalem denken. Aan de mooie Rachel bijvoorbeeld, die zo graag de oude joodse tempel wilde herbouwen ‘als het vrede is’. Een hartstochtelijk meisje dat wel een vriendin van me zou kunnen zijn. Dacht ik. Totdat ik boven op die tempelberg stond en de kleine Arabische vliegeraars zag voor de gouden moskee. Een moskee, die daar voor Rachel niet mag staan. Want waar moet ze anders haar tempel herbouwen – de fundamenten liggen er pal onder. Vrede? Dat is geen vrede.
Dus net als ik me een beetje joods voel, vervliegt het weer. En een paar dagen later mag ik het al niet eens meer zeggen. ‘Nee hoor, ik ben protestant.’ Dat is in het Midden Oosten buiten Israel het meest veilige antwoord op geloofsvragen. We waren niet in Jeruzalem. En Israel heet Palestina.

Hammam

In Damascus blijven we een paar dagen om op adem te komen. We slapen in een oud huis met nisjes en mozaiekjes. Blootsvoets en gesluierd gaan we door de fonkelende Perzische moskee, die een soort kruising is tussen het paleis van Sheherazade en de grote carrousel in de Efteling. Daarna troosten we Chaia, want haar lievelingsschoenen zijn gestolen in de moskee…

Ook ga ik naar de hammam, samen met mijn grote dochters. De betegelde ruimte is heet en dampig van de stoom. Een enorm dikke, blote vrouw wast onze haren en gooit er bakjes warm water overheen. Ze is heel streng. We moeten op de grond liggen, zomaar bloot op de tegels, en een andere vrouw scrubt hardhandig onze lijven af met een grote handschoen. Hele lagen huid verdwijnen, terwijl zij ons omwentelt als kippetjes in het vuur. De andere vrouwen bekijken ons van een afstandje. Ik ben blij dat ik met de meiden ben, een vrolijk eilandje in de stoom.

Het ijs breken

Maar het eten maakt alles goed. Wie eenmaal de kroketjes van linzen op een bedje van rucola heeft geproefd, de gefrituurde auberginepasta met balsamico, of de roomkaas met hete pesto, die wordt vanzelf gelukkig. Onze favoriet is shish tawouk, mals gemarineerde kip met pepertjes, geserveerd in een groot plat brood.

Er is niks zo leuk voor kinderen als tamarindesiroop drinken bij de waterdrager met zijn belletjeskostuum die goochelt met glazen en vanuit grote hoogte je glas volschenkt zonder te morsen. Mijn eigen favoriete drankje aller tijden (het eindigt nog net voor de baobab-hybiscusshake uit Gambia) is een ijzige gifgroene drank van limoen en munt.

Of neem de ijssalon in hartje Damascus. Ze hebben er alleen maar vanilleijs met verse pistachenootjes erop. De mensen staan buiten al in de rij. Burka’s schuiven er voor open en staan hartstochtelijk te likken naast hippe christenmeisjes.
Ik denk dat ze snel een filiaal moeten openen in Jeruzalem.

Wraak van de stier

Mijn nieuwe boek – tijdens de reis geschreven- ligt NU in de winkel. Ik heb het zelf nog niet eens gezien… Ga gauw allemaal kijken of het echt waar is.

Categorieën: afrikareis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*