Habibi bij de klaagmuur

(Jerusalem, km 50567 ) Plotseling doemde de brug voor ons op: Jerusalem, dertig kilometer. We waren helemaal niet van plan om naar Israel te gaan want anders komen we Syrie niet in (en dat is voor ons de terugweg). Maar als je het lief vraagt, stempelen ze je paspoort niet bij de grens, dus nu zitten we hier stiekem… in Jerusalem! Dat betekent dat we gisteren nog ontbeten met baklava en vandaag met bagels – in de Joodse wijk, die, heel cliche, geurt naar kippensoep. ‘Wat zijn die mannen?’ vraagt Dunya kritisch. ‘Dat zijn orthodoxe joden.’ ‘O ja.’ Voor een vrouw in burka draait ze haar hoofd niet meer om, maar een man in een zwarte jas met een hoed en earlocks is weer eens iets nieuws. Bloem en Chaia pikken het ook snel op. ‘Even klagen,’ zegt Chaia tegen Bloem als we voor de twee keer langs de klaagmuur komen en weg zijn ze, naar het vrouwendeel, keurig achteruitlopend. Later doen ze een soort spoorzoektocht langs de Via Dolorosa (‘Hier viel Jezus voor de derde keer,’ struikelt Chaia) en staren stil naar de vrouwtjes die op Jezus’ graf liggen te snikken.
Het klopt wel dat we hier zijn. Als we iets hebben ervaren deze reis, is het de kracht van devotie – van de monniken in Ethiopie tot de Mekkareizigers of zelfs de met bijna bovennatuurlijke inspanning gebouwde tempels in Egypte. En hier in Jerusalem leven toch maar mooi drie wereldgeloven dapper samen op een heel klein stukje aarde.

Jordanie!

Maar wat zijn ze hard, de Israeli. Hard en streng. En duur is het hier ook. Na twee dagen missen we Jordanie al. Nooit gedacht. Maar Jordanie is tot nog toe een van de grote verrassingen van onze reis. Een koninklijk land, een land met allure. Denk Lawrence of Arabia: stoere Arabieren met lange, wapperende haren op vurige paarden. Decor: enorme, onwaarschijnlijk mooie Indiana Jones-tempels gehakt uit inmense rotsen.
Er is ook een woestijn van rood zand, een van de mooiste die ik ooit heb gezien. Daar rijden we dwars doorheen met Zeerover en we slapen in de Moon Valley.
Jordanie. Je kunt er gewichtloos dobberen in de Dode Zee – eindeloos floaten zeg maar. Ze maken er geweldige baklava, vraag maar aan Chaia. En dan nog dat zilver… Ringen, kettingen, schatkisten, juwelenkisten – Bedoeinen tonen hun rijkdom met zilver en je kunt het overal kopen. Het is echt een meisjesdroom, voor kleine meisjes en grote.

Drie vissen en een tas vol fruit

Maar het opvallendst zijn de mensen. In geen enkel ander land zijn ze zo aardig. Als we op een strandje bij de Dode Zee zijn, vraagt Ilco onze buurman of hij zijn nog brandende kooltjes mag gebruiken om een soepje te maken. ‘Wat vreselijk jammer,’ roept de man uit, ‘dat wij net gegeten hebben – anders hadden we met elkaar kunnen eten!’ En vervolgens geeft hij ons een schaal rijst met saus, drie gegrilde vissen, een tas vol fruit en twee flessen cola. ‘Dan is het toch een beetje alsof we samen eten.’

En de man is bepaald geen uitzondering. Onze dochters, en vooral Dunya, die steevast ‘habibi’ (schatje) heet, krijgen de hele tijd cadeautjes. Om de haverklap komt ze aanlopen met een Fanta, een lollie, een zilveren doosje, een zak chips, een koekje of een hand dadels – en dan heeft ze ook ineens een nieuwe ketting om. ‘Je weet toch dat de mensen in Europa niet zo zijn?’ vragen we een beetje bezorgd. Ja hoor, knikt Dunya, en dat zal ook wel. Na zo lang reizen, leeft ze honderd procent in het nu. Wie weet waar we morgen weer zijn….

Nieuwe schoenen

In Petra braken de schoenen die me heel Egypte door hebben geleid. Dus op deze schoenen ga ik verder (schoenen: Jordanie, ring: Uganda, enkelkettinkje: Egypte, rok: Ethiopie).

Categorieën: afrikareis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*