Fata Morgana

(Aswan, km 46373)
We zijn de wereld van 1001 nacht binnengekomen.
Na het eindeloze niks van de woestijn is Egypte als een kerstboom met teveel ballen. Letterlijk: heel Aswan is uitgelicht, de moskee groen, de zandheuvels goud. Er is een toverachtige souq vol muiltjes, glinsterende buikdans-sjaals, waterpijpen en vreemde specerijen. Ons hotel (met een echte douche en 24 uur elektriciteit) ligt aan de Nijl. Je kunt er met een feluca vaartochtjes maken, gewoon voor je plezier, en de cruiseboten liggen drie rijen dik. Toeristen – we knipperen met onze ogen maar ze verdwijnen niet. Ze zijn groot, wit en bloot en lopen over de souq alsof ze die persoonlijk in bezit hebben. Gelukkig nodigen Egyptische vrienden ons uit in het dorp van hun Nubische familie. Dat kennen we! We nemen voor de zekerheid wc-papier mee, en brood en tomaten.

Profeet

Maar de Nubische familie woont niet in een eenvoudig hutje, maar in een gedecoreerd paleis vol kamers en trappen en met overal bedden en gelakte houten kasten. Voor ons staat een maaltijd klaar die een hele cruiseboot zou kunnen voeden. Gevulde duif, pasteitjes, witte kazen, gestoofd geitenvlees en groene slijmsoep. ‘Jullie zijn onze gast: we maken alles wat we maar kunnen, zodat er voor iedereen wel iets bij zit.’ Later worden we feestelijk in een open pick up door het dorp gereden. Iedereen wil met ons praten: de oude mannen op het plein, de burgemeester en zelfs de Sheik die nog afstamt van de profeet Mohammed. Hij nodigt ons uit voor een reuze-bruiloft: vijftien bruiden tegelijk. Het zijn wezen en het huwelijk wordt door de Sheikh zelf betaald.
En zo staan we een paar dagen later te midden van duizenden Nubiërs op keiharde gilmuziek te dansen voor de liefde. We worden door het publiek geleid als eregasten en de Sheik zelf wordt toegejuicht als een popster.

Agatha Christie

Om de luxe compleet te maken, komt Marije uit Nederland op bezoek, met boeken, nieuwe muziek, smurfen (?), drop (van opa Snor), fijne cremes (van oma) en een verbluffend blauwe damesjurk die mijn superlieve vriendin uit Amsterdam voor me heeft gemaakt. We gaan mooi aangekleed taartjes eten op het terras van het Old Cataract Hotel, wat in de jaren dertig dé speelplaats was van de Europese beau monde. Hier schreef Agatha Christie haar Moord aan de Nijl. Ilco koopt de liftjongen voor me om zodat ik in haar suite even aan haar bureautje mag zitten en ik vraag Agatha’s geest of ze het goed vindt dat ik ook detectives ga schrijven (het eerste deel komt uit in het najaar). Het mag, geloof ik.
Net als Agatha en alle andere toeristen gaan we de woestijn weer in om de drieduizend jaar oude tempels van Abu Simbel te zien. Dertig meter hoge beelden van koning Ramses en zijn vrouw Nefertite kijken statig en machtig, en nog bijna ongehavend, uit over de Nijl. Daarachter ligt het glooiende zand, met een groot meer erin – maar dat is een luchtspiegeling. ‘Dat jullie daar niet gek van zijn geworden,’ zegt Marije.

Marije is er!

Onze lieve oppas uit Durgerdam.

Categorieën: afrikareis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*