Hotel Rwanda

(Kigali, km 37700 )

Do you know
Where you’re going to
Do you like the things that life is showing you
Where are you going to…

Dat zingt Diana Ross in de Landrover als we uit Kampala wegrijden.
Meestal laat het leven zich op onze reis van zijn meest geweldige kant zien. Ook nu weer: we slapen onder een opkomend maantje aan het Victoriameer en worden gewekt door het gezang van allemaal vreemde tovervogels. Aapjes springen vlak voor de auto opzij.
Het lot stuurt ons naar Rwanda. De weg erheen voert door de bergen en langs thee- en eindeloze bananenplantages. Rwanda wordt ook wel het land van de duizend heuvels genoemd en wij zien ze allemaal. We zijn weer op reis, we zijn gelukkig.
Maar dat is niet wat het leven ons nu wilde laten zien. Rwanda is niet alleen die heuvels en de exotische locatie van de film Gorillas in the mist.

Hutu’s en Tutsi’s

Rwanda is vooral het land waar, nog geen vijftien jaar geleden, ruim 1 miljoen doden zijn gevallen in een paar maanden tijd.
In elke stad is wel een monument, het een nog gruwelijker dan het andere. Overal botten en massagraven.
Ik wist het – en ik wist het niet. De Hutu’s en de Tutsi’s, dat waren vage stammen ergens in duister Afrika, die elkaar de kop insloegen. Ik herinner me nog wel dat er grapjes over werden gemaakt. Maar waarom eigenlijk, en hoe precies, en hoeveel – nee, dat is me gewoon ontgaan.

Maar nu sta ik er middenin. We gaan naar het Genocide Memorial Centre in Kigali – nog niet eens het schokkendste monument.
Chaia besluit dat ze niet meegaat en in de auto blijft wachten. Stiekem wil ik ook wel net als zij buiten blijven, maar ik kan nu toch echt niet meer doen alsof ik er niets van snap.
Ik ga naar binnen.

Filmpjes, botten, foto’s, de hele slachting is in beeld gebracht.
In de tuin liggen tweehonderdduizend doden in enorme massagraven (‘don’t walk on the mass graves’).
Op de tweede verdieping van het centre wordt Rwanda ook nog eens vakkundig gekoppeld aan Auschwitch, Cambodja en andere volkerenmoorden.

Ik hou het vol. Ik kijk naar wat niet gezien kan worden en probeer te begrijpen wat niet te begrijpen valt.
Dat gaat goed tot het oranje zaaltje.

Toekomst

Hier geen bloed en botten, maar enorme, vrolijke kinderportretten. Naast elke foto lees je over de hobbys (‘dansen’, ‘mijn zusje pesten’), dromen (‘dokter worden’) en favoriete knuffels van elk kind. En, o ja, hoe ze vermoord zijn: doodgemarteld, doorkliefd met een hakmes, gefusilleerd bij een massagraf. Want dit zijn, vermeldt het opschrift ‘de kinderen die onze toekomst hadden moeten zijn’.
Ik vlucht, ik struikel, ik ren de oranje kamers door. Waar is de uitgang? Frisse lucht, ik moet adem halen. Op het eerste beste bankje zink ik neer. Bloem , Dunya en Ilco slaan hun armen om me heen. Het helpt niet. Niet echt.

Categorieën: afrikareis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*