De poort

(Isiolo, km 40750)

Ik zit bij een kampvuur op een verlaten camping in de bergen van Noord Kenia.
Het is een lange tocht geweest, van Rwanda via Tanzania en door de Rift Vallei, die verrassend prachtig was. Kuddes nieuwsgierige giraffen om onze auto!
In Nairobi haalden we gisteren nog snel een visum voor Ethopie bij de ambassade naast het hotel waar op dit moment Kofi Annan vredesonderhandelingen aan het voeren is. Zijn gezicht prijkt op alle kranten, overal zitten de mensen voor de tv om het laatste nieuws te horen. Tegelijkertijd gaat alles ook gewoon door: mannen in pak verdwijnen in grote kantoren, en de lange, scherp naar koeienvet riekende, Masai valt in de bus rustig tegen mij aan in slaap.
Vandaag overal blije mensen. Het vredesaccoord is eindelijk getekend. De oorlog is voorbij! ‘Now we continue in the spirit of healing,’ zegt Annan.

Terugweg

Vandaag zijn we aan het einde van het asfalt gekomen.
Achter ons liggen de zee, de bergen, het oerwoud. Er lopen leeuwen en olifanten en bijna alle mensen zijn zwart. Het is een wereld die ons in korte tijd enorm vertrouwd is geworden.
Maar, hoe lang het deze reis ook nog duurt, we zijn op de terugweg. En we moeten die woestijn weer door om in het Midden Oosten en uiteindelijk in Europa te komen.
We staan voor een soort poort. Eigenlijk hoeven we alleen nog maar ‘Sesam, open u’ te zeggen.
We hebben alle visa, ook voor Sudan. Visa voor Sudan zijn schaars. Maar dat wij het onrustige Kenia snel wilden ontvluchten deed wonderen. Sudan als toevluchtsoord, dat hadden ze nog nooit meegemaakt en ineens was ons visum nog diezelfde dag al klaar. De banden van de auto zijn gecheckt en gedubbelcheckt, we hebben een nieuwe carburateur en een tweede reservewiel op het dak. De auto zelf is lang niet zo vol geweest: grote reservetanks diesel, enorme ladingen water, aardappels, een reuzenpak koekjes. We hebben voor ruim een week vers brood en voor daarna roggebrood en crackers. Ilco heeft de route uitgezocht en weet waar je snel door moet rijden en waar je soms met politiekonvooi mee moet. De meisjes zijn van plan om alle honderdtwaalf liedjes van Stevie Wonder op de ipod te gaan luisteren en er een persoonlijke toptien van te maken. Ikzelf wil urenlang fantaseren over een nieuw boek.

Rovers

Maar vanavond, bij het kampvuur, voel ik me ineens net een onwillige kameel met zijn hoeven in het zand. Aan de andere kant van die poort is het leeg en heet, met een beetje erg veel van die wegen die de Lonely Planet zo vrolijk omschrijft als ‘shake, rattle en roll’. De volken die er wonen zijn absoluut niet gewend aan toeristen en, vertellen overlanders elkaar: ‘Ze gooien soms met stenen’. Soms zijn er ook rovers.
Ik wil niet naar dat avontuurlijke noorden, ik wil lekker met een glas wijn op Zanzibar zitten! Ilco trekt even een wenkbrauw op. Hij herkent inmiddels die koudwatervrees. En natuurlijk, ik wil óók nieuwe dingen meemaken, slapen onder de sterren in de woestijn, restanten van oeroude culturen zien – dat laatste is iets wat ik in zuidelijk Afrika echt heb gemist. Natuurlijk wil ik dat! En het is nu zó dichtbij.
Je hoeft alleen maar ‘Sesam open u’ te zeggen….

Categorieën: afrikareis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*