De zwiep van de slinger

(Pemba, km 31055 )
Er ligt een eiland voor de kust van Mozambique, waar een lange, dunne brug (absoluut eenrichtingsverkeer) naar toe gaat. Vroeger was dit het machtscentrum van de Portugese overheersers. Vasco da Gamma is er aan land gekomen, de Portugese koning had er zijn eigen buitenverblijf. Het wemelde er van de Arabaische handelaars op doorreis naar India en Europa en in het fort wachtten duizenden slaven op hun schip naar hun nieuwe meester.

Nu is Ilha de Mozambique een spookeiland.
Het is nog het meest bekend om zijn musiro, een zelfgemaakte schoonheidscreme waardoor de vrouwen er rondlopen met witgekalkte gezichten. De kinderen van de vissers spelen tussen de ruines van de enorme koloniale gebouwen en alleen de grote groene moskee is nog in gebruik. Uit de muren van de kerken groeien bomen. Overal zijn klokken – en al die klokken staan stil.

Woestewolf

Ik moet steeds denken aan het boek De vloek van Woestewolf. Daar staat in de ruïne van het kasteel de klok ook stil. Maar als je de slinger van die klok een zwiep geeft, komt het verleden weer tot leven, precies waar het ooit is opgehouden. De balzaal vult zich met dames in fraaie jurken, de oude tafels staan ineens vol met het heerlijkste eten, lakeien lopen af en aan.
Precies zo kan je je voorstellen dat Ilha de Mozambique elk moment kan ontwaken. Het reusachtige ziekenhuis – nu nog maar voor een tiende in gebruik- ligt ineens vol matrozen met scheurbuik. De kerkklokken beginnen overal te luiden en in zijn donkerroze paleis laat de Portugese gouverneur de wijn inschenken voor zijn gasten. Buiten echoën de snelle voetstappen van de Arabieren door de smalle straatjes en vanuit het fort weerklinkt het geweeklaag van de ongelukkigen.

Verjaardag

In al die drukte kan het natuurlijk heel goed gebeuren dat een bepaalde baardige bisschop aan de deur klopt om kadootjes te brengen – dit tot grote opwinding van Dunya en niet veel minder van Bloem en Chaia. Later drinken we Zuidafrikaanse chardonnnay en eten vers mango-ijs om Ilco’s verjaardag te vieren. We slapen in een oud Arabisch palacio dat door een slimme Italiaan stijlvol is opgeknapt en zitten urenlang op ons eigen dakterras waar je aan twee kanten de zee ziet – en ’s nachts de enorme sterrenhemel.
Maar dan slaat de klok twaalf en het eiland vergruizelt weer tot de vervallen ruïne die het nu is. We zijn ineens gewoon hotelgasten die de verjaardagstaart nog moeten afrekenen en snel pakken we onze tassen in en zetten ze in Zeerover. Daar gaan we weer, de lange brug over, en verder, langs de eindeloze kust van Afrika. De tijd reist met ons mee.

Categorieën: afrikareis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*