Langs de Wild Coast

(Durban, km 26339)

Olifanten!
Kleine, grote, baby’s en hele oude rimpelige. Ze rollebollen in een modderpoel, doen spelletjes met slurven, eten de struiken kaal, poepen dikke drollen op de weg en lopen rakelings langs onze auto. Overal zijn olifanten.

“Alle olifanten hebben lachmonden,” zegt Bloem, maar ik ben altijd een beetje bang voor ze. Olifanten zijn niet zacht zoals leeuwen, niet grappig zoals giraffen en struisvogels en niet zo mooi als zebra’s of gemsbokken. Ze zijn alleen maar reuze slim, als tenminste dat verhaal klopt dat ze het in geen twintig jaar vergeten als je een keer onaardig tegen ze hebt gedaan. Dus ben ik altijd maar erg vriendelijk als ik er eentje tegen kom, zelfs in Artis. Door het open raampje van Zeerover zeg ik zachte woordjes tegen de kolos die naast me staat, zijn kleine kraaloogje kijkt me indringend aan.
“Mam, doe niet zo stom,” zegt Chaia, “hij verstaat je echt niet hoor.”
“Weet je dat zeker?”
“Nee, dat niet.”
Ik kan het toch niet laten. En bovendien, je weet maar nooit of je nog eens een wederdienst van een olifant nodig hebt.

Lente

De Kaap hebben we nu achter ons gelaten, die hele witte, hele mooie, heel erg toeristische provincie van Zuid Afrika waar zelfs de eenvoudigste jeugdherberg nog een zwembad heeft en één camping zelfs ligbaden.
We hebben nog nooit zoveel kilometers gemaakt: tweeduizend in één week. Van Kaapstad naar Durban. Aan de ene kant bruist de zee, aan de ander kant zijn er hoge rotsen en steile kliffen. We slaan dit jaar de winter over, want hier is het lente, de wilde bloemen bloeien omstuimig paars en geel tegen de bergen. Ook de sinaasappelbomen in de valleien staan in bloei en de geur is zo bedwelmend dat we eerst denken dat er een fles wc-luchtverfrisser geknapt is. Later wordt het leger en landelijker, met weer koeien en geiten op de weg. Dan ineens is alles tropisch met zelfs vogels en aapjes in de bananenpalmen. We schoppen onze schoenen uit, maar dan doemt Durban op met zijn brede straten en hoge kantoorgebouwen.

Witte haaien

We worden uitgezwaaid door de walvissen én door de haaien. Witte haaien zijn het, van die gemene die mensen aanvallen. Er zijn op sommige plekken zelfs netten gespannen voor de kust zodat ze niet bij de stranden in de buurt komen. Chaia koopt een haaientand van haar zakgeld. En Bloem doet iets heel stoers. Ze gaat, samen met haar vader, duiken in een kooi midden tussen de monsters. Ik vind het maar eng, maar ze komt vrij laconiek terug. Ja, heel veel haaien. Ja, op een meter afstand en nee, ze had geen handschoenen aan. “Maar het was wel koud.”

Ook dat wordt anders. Het water wordt warmer: de Indische Oceaan!

(Zie ook het nieuwe kaartje van onze reisroute elders op deze site.)

Popjesnieuws: Sascha Sunshine

Verder met het popjesnieuws, verzonnen door Bloem en Chaia, opgeschreven door Anna.
Sascha is de zus van de stoute kleuter Mieke. Ze is eigenlijk tamelijk ideaal: heel erg mooi, aardig, slim… en ze kan met dieren praten. Sascha is dan ook een soort alterego van Chaia (zoals haar vriendin Shenety dat van Bloem is, maar dat komt later).
Sacha is de eigenaar van een bijzonder dieren-pretpark. Net als een safaripark lopen alle dieren daar gewoon in het wild. Maar omdat Sascha dus met ze kan praten, doen ze haar geen kwaad – sterker nog, ze kan de dieren, ook al zijn ze wild, allerlei kunsten laten doen. Dus kun je in dat pretpark op de rug van een leeuw door een hoepel springen, hardloopwedstrijdjes doen met de cheetahs en van de nek van een giraf af glijden.
Sascha is vegetariër, lid van alle dierenbeschermingsorganisaties die er zijn en haar lievelingsdier is een dolfijn.

Volgende week: Lila de Vriesch.

Categorieën: afrikareis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*