Wild

(Kayes, km 13610)
“Komen jullie uit Guinee Bissau? Daar zijn ze toch wild?” vragen ze in Senegal, waar we doorheen trekken om bij het volgende land, Mali, te komen.
Wild… De mensen lopen er half in hun blootje en leven volgens oeroude tradities. Ze kunnen amper lezen en schrijven. Wanneer wij onze tent “wild” opzetten, rukken ze ons bijna de kleren van het lijf. De kinderen gillen als Dunya ze door haar kaleidoscoop laat kijken: een toverding! En als Dunya daarna rondgaat met een doos snoepjes, vallen kinderen -en volwassenen- aan als hyena’s en binnen een paar seconden is alles op en de doos aan flarden.
Hier zijn we ook voor het eerst in Afrika bestolen en wel van iets heel ergs: Mieke, Vriendin, Annabel en Maria werden door het halfopen autoraam meegegrist. Voor wie ons heeft gevolgd: vier van de elf popjes verliezen is Bloem en Chaia’s ergste nachtmerrie en zo gedroegen ze zich dan ook (huilen, gillen) toen de diefstal werd ontdekt.

Koude pasta

Ze zijn schaamteloos, de mensen die we in Guiné Bissau tegenkomen, maar ze zijn ook armer dan wat we hiervoor hebben gezien. “Als je geen eten en kleren hebt voor je baby, dan ben je de schaamte wel voorbij,” zei Ilco. De kinderen hebben dikke buikjes van de honger en de hutjes waar ze in wonen, zijn amper bestand tegen de enorme plensbuien van de regentijd. En dan is wonen in het paradijs ineens heel wat minder idyllisch.
Heel lang kan ik nog afstand houden. Een moeder die haar kind aanbiedt (“neem hem alsjeblieft mee, je mag hem zo hebben”) wimpel ik half-lachend af. Als onze vuilniszak wordt leeggegraaid (blikjes, zakjes en, de grootste troef, een oud taalboek van Chaia dat als een kostbare schat van hand tot hand gaat) vlucht ik de daktent in.
Door een kiertje zie ik hoe Ilco het restje dat over is van ons avondeten geeft aan een van de moeders (vier grote zonen en een kleintje op haar rug; en toch zeker vijftien jaar jonger dan ik) om te verdelen over alle kinderen. Ik zie de verrukte gezichtjes als ze elk een handje koude pasta zonder saus krijgen.
Dan breekt mijn hart.

Kracht

Als je Bloem en Chaia in de zee ziet, of op chimpanseejacht in het oerwoud, of ziet zwemmen bij een waterval, dan valt op hoe kort de meisjes hier eigenlijk kind mogen zijn. Ze zeulen met water, kooltjes, baby’s. Ze wassen, koken, leuren met mango’s en pinda’s langs de weg en en, net als hun moeders, doen ze dat allemaal zonder klagen, vaak zingend en met een onvoorstelbare kracht.
Zodra ze borsten krijgen, komen de mannen in het spel. Wanneer ze zwanger zijn, verlaten de mannen de meisjes subiet en het schijnt dat de meerderheid van de kinderen hier hun vader niet eens kent.

Dus is het zo vreemd dat ze een paar popjes willen hebben?

Wij hebben erop gereageerd met dezelfde schaamteloosheid: 4000 francs voor degene die ze terugbrengt. De dief beloond.
Tien minuten later was het elftal weer compleet.

Categorieën: afrikareis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*