Tea in the Sahara

(Zagora, km 6612)
Zandkastelen in hetzelfde terracotta als de bergen, oases met palmbomen. En plotseling overal jeeps, net als wij, met rijplaten en kisten bovenop en extra tanks benzine.
We willen naar de zandwoestijn, de duinen die Erg Chebbi heten (spreek dit hardop uit) want daar schijnt het zo prachtig te zijn, de Sahara op haar best.
Maar ineens stopt de weg. In de verte zien we andere jeeps over de steenwoestijn (de “zwarte woestijn”) crossen, dus de richting lijkt goed. We gaan door.
Het is laat in de middag, een zandstorm steekt op. Uit het niets verschijnt een man met een tulband die zich aanbiedt als gids. Niet doen, schrik ik. Prima, zegt Ilco.
De man stapt in.

Sand drive

A droite, a gauche, a droite, a droite. “Ergens kom je altijd,” zegt Ilco.
De landrover springt en klimt door de zwarte woestijn – wat een auto.
Ineens is er overal zand. We stoppen. Zie je wel, nou zijn we vastgelopen.
Maar Ilco zet de auto in een speciale sand drive en we glijden vooruit. “Een zachte weg,” juicht Dunya, “ik wil altijd zo zacht rijden.” Bloem en Chaia zitten ondertussen onverstoorbaar achterin naast de man met de tulband. Alsof het busje 30 is, zeg maar.
Zand stuift wild om de auto. In de verte waaien een paar kamelen. Af en toe doemt een vaag huisje op. “Is family,” zegt onze gids steevast, “stop maar.” Ik blader koortsachtig door de Lonely Planet. “Kasbah Rachidia? Staat er niet in.”
Net als de zon dreigt onder te gaan, zien we tot onze verbijstering een colonne van zeker vijftien Spaanse campers. Waar komen die nou vandaan?
“Is road,” verduidelijkt de tulband, “nieuwe, echte weg van Risani. Asfalt.”
Aha.
En dan is daar ook ineens camping Le petit prince, waar we worden ontvangen met warme mintthee en waar ze een echte zit-wc hebben. We mogen onze auto neerzetten pal aan de voet van de duinen. En zelfs als ik die avond vlakbij die fijne wc een witte schorpioen zie zitten, ben ik niet eens meer bang.

Stil en eindeloos

De volgende dag gaan we verder op kamelen. De dalende zon maakt de heuvels langzaam rood, het is van een hypnotiserende eindeloosheid. Alleen de dingen zingen. Wat we voelen wordt misschien wel het best verwoord door kleine Dunya. Bij mij voorop de kameel kijkt en kijkt ze als achter al die heuvels weer volgende heuvels liggen en het zand uiteindelijk overal is. Dan zegt ze verwonderd: “Ik had het niet gedacht.”
Die nacht slapen we in een berbertent, kijken naar de volle maan en drinken nog heel veel glaasjes mintthee.

Categorieën: afrikareis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*