Allemachtig prachtig

(Midleft, km 7665)

In de woestijn is het altijd warm, ook als het waait.
Het is er altijd stil, ook als er iemand praat.
En ‘s nachts regent het sterren.

We gingen een nieuwe zandwoestijn in, deze keer met de auto en een gids. Voor de route en voor de auto. Maar al heel gauw zei Mohammed dat hij niets van auto’s wist. “Wel van kamelen. Ik kan een babykameel opvoeden en tam maken.”
Sindsdien willen de meisjes natuurlijk een babykameel hebben. Maar de auto liep wel vast in het rulle zand. Gelukkig kwamen de berbervriendjes van Mohammed ons helpen graven. Het enige jammere was dat ze daarna alle paaseitjes (echte, helemaal uit Nederland) van de kinderen opaten…

wilde westen

Ik leer een nieuw jargon. Pistes zijn wegen die amper wegen zijn, bijvoorbeeld dwars door de woestijn. Als je vastzit in het zand, moet je de rijplaten tevoorschijn halen en, eenmaal terug in de bewoonde wereld, is het een goed idee om je filters even goed uit te blazen.
Ik raak gewend aan overal kinderen die komen vragen om een pen, een snoepje, een dirham en die nooit meer weggaan, of je ze nu wel of niet iets geeft. We kijken niet ook meer op van eten met je handen, zittend op matrassen en kussentjes. We vragen niet eens meer wat het menu is omdat het negen van de tien keer toch weer tajine is. Dunya laat zich gelaten door een indrukwekkende stoet van Berbers, nomaden en gesluierde vrouwen aaien, optillen en zoenen op haar blonde haar. We plassen op sta-wc’s en kopen brood en yoghurt en bananen bij kleine stalletjes simpelweg omdat er geen grote winkels meer zijn. En die paar idiote Nederlanders die half Marokko trots “allemachtig prachtig” hebben leren zeggen, zouden we inmiddels erg graag van hun paspoort beroven.
Woestijnen worden gevolgd door eindeloze wegen langs rode bergen die doen denken aan films van het wilde westen. Daarna zijn de oases met dadelpalmen, amandel- en abrikozenbomen een welkome afleiding. Totdat al die palmen weer oplossen in de hammada, de zwarte vlakte die overal achter ligt en wijd en eindeloos is, zonder enige tegenligger. En daar rijden we dan urenlang in de auto die nu echt ons huis is geworden. Van Morrison of Marvin Gaye over de speakers, de kinderen achter de computer en Dunya bij mij op schoot. Langs nomadententen en mensen in gewaden die, hoe zuidelijker we komen, steeds kleurijker en losser lijken te worden.
Wen ik aan Marokko of went Marokko aan mij?


Oversteek

We gaan een oversteek maken. Dwars door de Westelijke Sahara, naar Mauretanie. Van Noord Afrika, naar Westelijk Afrika. Dit is geen toeristische weg. Het is een lang stuk en soms moet een gids mee die je om de landmijnen loodst. We zullen veel militairen zien, meer controleposten dan dorpjes. Water en benzine moet in grote voorraden mee. Maar alleen zo kom je bij swingend Senegal. Begin mei willen we Dakar binnenrijden, de triomftocht van onze eigen Zeerover (zoals Dunya hem nog steeds noemt).
Maar zover zijn we nog niet.
Denk af en toe aan ons – ik denk in al die hammada ook zeker aan jullie.

O ja; voor wie er niet genoeg van kan krijgen, staan we deze maand in het tijdschrift JAN (meinummer) met een grote reportage.

Categorieën: afrikareis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*