De prinses van Blauw

(Fez, km 5510)
Er was eens, heel lang geleden, in de tijd van kalief Haroen Al Rachid, een sultansdochter die woonde in Marokko. Deze prinses had alles wat haar hartje begeerde, zoals dat vaker het geval is bij prinsessen. Maar toch was ze soms een beetje treurig. Als het zonnig was, begon ze vreselijk te verlangen naar de frisheid van een winterse bui. En als het drie dagen regende dacht ze alleen nog maar aan zon. Na een dag spelen met haar dienares wilde ze graag alleen zijn. En als ze dan weer een tijdje alleen was geweest, voelde ze zich zo vreselijk eenzaam dat ze gauw weer op zoek ging naar haar dienares.
“Het is dat blauwe gevoel weer, Melika,” verzuchtte de prinses.
“Het blauwe gevoel van binnen,” knikte haar dienares, die altijd vrolijk was en soms niet – en die zeker nooit iets voelde dat je blauw zou kunnen noemen. Maar ze hield veel van haar prinses en verwende haar op zulke momenten maar eens extra met couscous, harira en tajine. Totdat de prinses na een paar dagen haar tajineschaal ongeopend opzij schoof en zei dat ze zo´n onvoorstelbare trek had in een broodje pindakaas.

Blauw! Blauw!

“Laten we mijn paleis verkopen,” zei de prinses op zekere dag tegen Melika, “dan kopen we in plaats daarvan een tapijt en vliegen door het hele land, waarheen we maar willen.”
“Het paleis verkopen?’ vroeg Melika geschrokken, maar de prinses was zo vervuld van het blauwe gevoel dat er niks anders op zat. Dus kwam er een bordje te staan bij de voordeur en vertrok de prinses met vijfentwintig koffers en twintig pannen couscous samen met Melika voor een reis om de wereld.
“Blauw, blauw!” juichte de prinses, “kijk eens naar de hemel. Kijk eens naar de zee.” En samen met Melika hing ze over de rand van het tapijt en speelde dat ze een vogel was.
Maar na een tijdje kwam het bericht dat het paleis was verkocht aan een of andere rijke kamelendrijver en toen de prinses dat hoorde, werd ze toch een beetje stil.
“Het blauwe gevoel?” informeerde Melika met kennis van zaken en alvast een beetje bezorgd.
De prinses zei niks.

De blauwe stad

Maar later, heel veel jaren later, is er het volgende gebeurd. De prinses landde bij een stad die zomaar van zichzelf helemaal blauw was. De straatjes waren blauw, de trappen, de huizen, de poorten, de winkels, zelfs de was op de smalle binnenplaatsjes, alles was van een knisperend, pasgewassen koningsblauw. Er waren deuren die toegang gaven tot kleine huisjes met niets anders dan blauwe tapijten op de vloer. Achter andere deuren waren heuse paleizen, met muren van blauwe mozaieksteentjes in de meest prachtige patronen en binnentuinen met blauwspuitende fonteinen. Zelfs de moskee was er blauw. De prinses liep rond als een peuter die voor het eerst de wijde wereld in gaat. “Blauw,” mompelde ze, “alles is blauw….”
Toen Melika dat zag, wist ze dat het einde van hun reis bereikt was.
En dus ging de prinses wonen in de blauwe stad en werd bekend als de prinses van Blauw. Het blauwe gevoel ging nooit echt over, maar omdat ze nu de prinses van Blauw was, was dat eigenlijk heel toepasselijk en de prinses was zo gelukkig als een prinses maar kan zijn. En ook nu ze er niet meer is (want de dagen van kalief Haroen Al Rachid zijn al heel erg lang voorbij) leeft de blauwe stad voort. En dat blijft zo zolang er mensen zijn met het blauwe gevoel van binnen – wat wil zeggen voor altijd.

Categorieën: afrikareis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*